Nederlandse Modelbouw en Luchtvaartsite

Dutch Modelling and Aviation

ADs by Google

Bezoekers

5.png3.png5.png0.png6.png5.png
Vandaag6
Gisteren167
Deze week483
Deze maand3770
Totaal535065

Visitor Info

  • Bezoeker IP : 54.80.115.140

woensdag 25 april 2018 00:58

Hawker Hunter F.Mk.4; F.Mk.6 en T.Mk.7

Historie

Ontwikkeling

Het ontwerp van de Hawker Hunter was een project van het ontwerpteam van Sir Sydney Camm. Dit ontwerp, P.1067 was bedoeld voor de Rolls Royce (R.A.5 van ca 2.950 kg stuwdruk) A.J.65 straalmotor, de latere Avon.
Er werd gebruik gemaakt van de nieuwste ontwikkelingen op gebied van vleugelvorm. Het toestel werd dan ook voorzien van een pijlvleugel. In 1951 vloog de eerste productieversie, de Hawker Hunter Mk.1
Het toestel was voorzien van bekrachtigde besturing van de stuurvlakken en was daardoor een wendbaar toestel.
Verder was al bewapening een viertal 30 mm Aden kanonnen toegepast en werd gebruik gemaakt van radar om de afstand tot het doel te bepalen. De kanonnen zaten in een soort “gun-pack” die via een lift in en uit het toestel kon worden gelaten. Verder was er een centrale punt voor de brandstof voorziening. Deze noviteiten zorgden ervoor dat de Hunter zeer snel startklaar kon worden gemaakt.
Een beperking van veel straaljagers uit die tijd en ook van de Hunter was het beperkte vliegbereik in de standaardconfiguratie. Doorgaans waren de toestellen dan ook voorzien van extra brandstoftanks onder de vleugels. Uiteindelijk zijn er in totaal zo’n 1969 stuks gebouwd, sommige gebruikers hielden het toestel zeer lang in gebruik, bijvoorbeeld de Zwitserse Luchtmacht, die het toestel tot ver in de jaren 80 van de 20e eeuw in gebruik had.

Versies.

Hunter F.Mk.1:
De eerste productie-uitvoering van de Hunter. Het toestel was eigenlijk versneld in dienst genomen. Er waren nog problemen met de motor, Rolls Royce Avon 100 in combinatie met het afvuren van de kanonnen. De eerste toestellen hadden nog geen luchtrem onder de romp. Gedurende de productie werden nog allerlei andere wijzigingen door gevoerd. De problemen met de patroonhulzen werd opgelost door een langer afvoerpijpje toe te passen waardoor de hulzen voldoende er buiten de romp werden uitgestoten. De problematiek rond de schokgolven werd uiteindelijk opgelost door de toepassing van zogenaamd”Blast Deflectors”. Deze bogen de uitlaatgassen van de kanonnen zodanig af naar beneden, dat de motor geen last meer van de schikgolven ondervond. Een probleem in de praktijk bleek de geringe vliegduur van circa 45 minuten te zijn.
Hunter F.Mk.2:
Identiek aan de Mk.1, echter gebouwd bij Armstrong-Whitworth en uitgerust met een Armstrong-Siddeley Sapphire motor. Deze motor werd in licentie gebouwd als J.65 in de VS en was ook toegepast in onder andere de F-84. In de praktijk bleek deze motor beter te voldoen dan de Rolls Royce Avon. Bij Hawker had men echter een voorkeur voor Rolls Royce motoren.
Hunter F.3:
Dit was een verbouwd prototype ten behoeve van verbetering van het snelheidsrecord.
Hunter F.Mk.4:
Dit was in feite een Mk 1 met nieuwe motor, de Rolls Royce Avon Mk. 120 van 3.630 kg. Verder was de brandstofcapaciteit uitgebreid van 1.276 tot 1.568 liter. Verder werd de vleugel versterkt en aangepast, zodat er pylons konden worden aangebracht waar extra brandstoftanks (van 378 liter) of bommen konden worden gehangen. Later werd nog de zaagtand toegepast als modificatie 228 om het steigerprobleem op te lossen. Deze werd ook op reeds operationele toestellen toegepast. Exportversies waren de Mk.50, 51 en 52
Hunter F.Mk.5:
In feite identiek aan de F.Mk.4, maar uitgerust met de A.S. Sapphire motor.
Hunter F.Mk.6:
Dit type werd via de Hawker P.1083 en de daaruit voortgekomen Hawker P.1099 ontwikkeld. Dit type was voorzien van een sterkere motor, de Rolls Royce Avon 200 van 4.536 kg stuwdruk, de bekende zaagtand en inwendig, een verbeterde besturing. Verder kon en extra pylon onder de vleugel worden aangebracht. In maart 1955 werd de eerste F.Mk. 6 aan de RAF afgeleverd. Een variant was de F.6A, die was voorzien van een remparachute, zoals bij de FGA.9. Exportversies waren onder ander de Mk.56, Mk.58 en Mk.60.
Hunter T.Mk.7:
In 1954 ontving Hawker de specificaties voor een trainerversie van de Hunter. Het prototype maakte in juni 1955 de eerste vlucht. Aanvankelijk waren er problemen met betrekking tot de vorm van de canopy, in de aanvankelijke vorm waren er nog wat problemen. In februari 1956 waren deze opgelost; tevens was besloten om het toestel uit te rusten met een remparachute. Ook de problemen rond de motor waren aan de orde, maar de productieversie was uitgerust met andere motoren, waarbij dit probleem niet meer optrad. In oktober 1957 maakte de eerste productie T.Mk.7 de eerste vlucht. Voor de RAF werden 54 nieuwe toestellen afgeleverd, terwijl er nog een zestal werden geconverteerd uit Hunter Mk.4. Denemarken ontving twee toestellen als T.53, deze miste de vleugelaanpassing modificatie 228; Peru ontving één trainer als T 62, deze was voorzien van een kompasbehuizing net achter de canopy’. India ontving 26 T.66’s en later nog eens 5e T.66E’s, uitgerust met Avon 203 motor; Ook andere landen kochten trainers.
Hunter T.Mk.8:
Dit was een variant van de T.MK.7 ten behoeve van de Royal Navy. Deze was voorzien van een vanghaak onder de romp, zodat op de Marine Bases geoefend kon worden in deklandingen (met gebruik van de vanghaak). Er werden tien T.Mk.7’s van de productielijn gehaald en aangepast. Later weren nog zeventien en nog later weer tien Mk.4’s omgebouwd tot T.Mk.8
Hunter FGA.9:
Eind jaren vijftig was de Venom aan vervanging toe en men besloot de Hunter aan te passen voor grondaanvallen. De vleugel werd versterkt en de pylons werden aangepast, zodat 870 liter tanks konden worden meegevoerd. Een andere aanpassing was een uitsparing in de landingskleppen in verband met de toepassing van deze grotere brandstoftanks. De buitenste pylon kon in noodgevallen worden gelost. Verder werd een remparachute toegepast. Een meer inwendige aanpassing was de airconditioning voor gebruik in bijvoorbeeld de tropen. Exportversies waren onder meer de FGA.59; FGA70; FGA71; FGA73.
Hunter GA.11:
Dit was een aangepaste versie voor trainingsdoeleinden voor de Fleet Air Arm. De toestellen waren omgebouwde Mk.4’s, voorzien van modificatie 228; vanghaak, terwijl de kanonnen waren verwijderd. Er werden 40 stuks afgeleverd.

 

Technische gegevens Hunter F.Mk.4
Afmetingen:
Lengte: 14 m Spanwijdte: 10,26 m
Hoogte: 4 m Vleugeloppervlak: 32,42 m2
Gewichten:
Gewicht (Leeg): 6405 kg Max. start gewicht: 11158 kg
Prestaties:
Max. snelheid: 1150 km/u Kruissnelheid: - km/u
Stijgsnelheid - m/min    
Plafond: 15240 m Vliegbereik: 3060 km
Overig:
Bemanning: Eén vlieger
Motortype: Eén Rolls Royce Avon Mk 115 van 40 kN
Bewapening: Vier Aden 30 mm kanonnen

 

Technische gegevens Hunter F.Mk.6
Afmetingen:
Lengte: 14 m Spanwijdte: 10,26 m
Hoogte: 4,01 m Vleugeloppervlak: 32,42 m2
Gewichten:
Gewicht (Leeg): 6405 kg Max. start gewicht: 11158 kg
Prestaties:
Max. snelheid: 1150 km/u Kruissnelheid: km/u
Stijgsnelheid m/min    
Plafond: 15240 m Vliegbereik: 3060 km
Overig:
Bemanning: 1
Motortype: Eén Rolls Royce Avon Mk. 203 van 44,48 kN
Bewapening: Vier Aden 30 mm kanonnen; 3400 kg bommen;
Later ook AIM-9 Sidewinder raketten

 

Technische gegevens Hunter T.Mk.7
Afmetingen:
Lengte: 14 m Spanwijdte: 10,26 m
Hoogte: 4,01 m Vleugeloppervlak: 32,42 m2
Gewichten:
Gewicht (Leeg): 6405 kg Max. start gewicht: 11158 kg
       
Prestaties:
Max. snelheid: 1150 km/u Kruissnelheid: km/u
Stijgsnelheid m/min    
Plafond: 15240 m Vliegbereik: 3060 km
Overig:
Bemanning: 2
Motortype: Eén Rolls Royce Avon Mk. 203 van 44,48 kN
Bewapening: