Nederlandse Modelbouw en Luchtvaartsite

Dutch Modelling and Aviation

ADs by Google

In Memoriam

Klaas Willem Jonker
(Wilko)
† 30 april 2018

Op maandag 30 april 2018 is Wilko Jonker na een lang ziekbed overleden op de leeftijd van 58 jaar. Hij laat een vrouw en twee kinderen achter. De Nederlandse militaire lichtvaart en plastic modelbouw waren zijn hobby en op deze website heeft hij alle kennis die hij in de vele jaren daarover heeft verzameld gedeeld. Zijn hobby heeft hem tot in de laatste week van zijn leven af kunnen leiden van de voortwoekerende ziekte in zijn lijf. De contacten met andere hobbyisten waren een belangrijkste steun voor hem.

Deze website zal door verschillende mensen zo lang mogelijk in stand worden gehouden, zodat andere liefhebbers kunnen blijven profiteren van uitgebreide inhoud.

Bezoekers

7.png3.png3.png8.png0.png8.png
Vandaag244
Gisteren350
Deze week2114
Deze maand5110
Totaal733808

Visitor Info

  • Bezoeker IP : 3.234.214.179

vrijdag 13 december 2019 14:43

Brewster B.339 Buffalo

Historie

In 1935 bracht de US Navy een nieuw pakket van eisen voor een deklandings-jager naar buiten als vervanger van de Grumman F-3F, een tweedekker.
De toen nieuwe vliegtuigfabrikant Brewster kwam met de Brewster XF-2A-1 een metalen eendekker en Grumman kwam met de XF4-1, een tweedekker. De Seversky XFN-1, een marine-versie van de P-35 viel af omdat de prestaties niet aan de eisen voldeden. Ook de Grumman voldeed niet, maar werd door Grumman door-ontwikkeld tot de latere Wildcat, een eendekker deklandingsjager.
De XF-2A was tot op zekere hoogte een door-ontwikkeling van het eerste ontwerp van Brewster, de Brewster SBN, die later werd door-ontwikkeld tot de SB2A Buccaneer (of Bermuda zoals de RAF het toestel aanduidde.)
Als motor wat gekozen voor de Wright Cylcone R-1820. Dit was een al wat ouder ontwerp. Grumman had gekozen voor de modernere Prat & Whitney Twin Wasp R-1830.
De Cyclone, een betrouwbare motor voor die tijd, was voorzien van een een-traps compressor, waardoor het vermogen op 15000 voet minder was dan op grondniveau. Verder had de
De Twin Wasp was voorzien van een twee-traps compressor en leverde, bij dezelfde cilinder inhoud betere prestaties.
Tijdens de testvluchten van de prototypes in 1938 bleek de Buffalo toch beter te presteren dan de XF4. Ook vond men de Twin Wasp toch nog te gecompliceerd in vergelijking met de Wright Cyclone.
Het toestel was voor die tijd modern met een geheel metalen romp en met linnen beklede stuurvlakken. Verder had het een hydraulisch intrekbaar landingsgestel, gedeelde flaps en een gestroomlijnde canopy. De brandstof voorraad was vrij beperkt, 606 l, de motor een Wright Cyclon R-1820-22 van 950 pk in de start was voorzien van een ééntraps compressor, waardoor het vermogen bij het stijgen afnam. De klimsnelheid was met 2507 voet/min vrij goed en ook de topsnelheid was redelijk met 447 km.u op 4879 m hoogte.
Later werd de topsnelheid verhoogd tot 489 km/u door verbeteringen aan de luchtinlaten en stroomlijn van de cowling.
De bewapening bestond uit een vaste .50 mitrailleur en één vaste .30 mitrailleur in de neus.
De eerste testen van het prototype vonden plaats in januari 1938.
Brewster kreeg uiteindelijk het contract voor 54 toestellen onder de aanduiding F2A-1 en de eerste levering vond plaats in mei 1939. Het leveringstempo lag echter erg laag, vooral veroorzaakt door de fabriek, een voormalige autofabriek. De fabriek was eigenlijk ongeschikt voor massa-productie van vliegtuigen, niet in de laatste plaats door de ligging, ver weg van een vliegveld.
Deze eerste productietoestellen waren voorzien van een Wright Cyclone R-1820-34 van 940 pk, een grotere staartvin en de bewapening was uitgebreid met twee .50 inch mitrailleurs in de vleugel. Ook allerlei toegevoegd uitrusting hadden het gewicht vergroot, zodat de klimsnelheid was afgenomen tot 2600voet/min.
Door problemen bij productie werden slechts elf toestellen afgeleverd, de rest werd onder de aanduiding Model 239 aan de Finse Luchtmacht geleverd.
De US Navy gaf een vervolg-order van 43 stuks van een verbeterde uitvoering, aangeduid als F2A-2. Dee had een sterkere Wright R-1820-40 motor van 1200 pk, een verbeterde propeller, maar miste nog steeds pantsering voor de vlieger en zelfdichtende brandstof tanks.
Het gewicht was wel toegenomen toto 2700 kg , desondanks was de snelheid toegenomen tot maximaal 520 km/u op 5000 m, de klimsnelheid was verder afgenomen tot 2500 voet/min.
Van de F2A-3, de laatste uitvoeringen werden in januari 1941 door de US Navy ruim 100 stuks besteld. Men was in tussen minder te spreken over het toestel en over de fabrikant.
Deze versie had zelfdichtende tanks in de vleugels, een verlengde romp, waardoor het gewicht verder toenam. Ook werd er nog pantsering voor de vlieger toegevoegd. Hierdoor verminderde de prestatie nog verder en ook de wendbaarheid nam duidelijk af.
Eén van de problemen van de Buffalo had te maken met het hoofdlandingsgestel. De steunen hadden de neiging om door te buigen en daardoor tegen de rand van de wielruimte te schrapen, waardoor het landingsgestel niet volledig kon worden ingetrokken. In de praktijk werd dit opgelost door iets van de steunen te verwijderen. Echter bij een harde landing kon deze afbreken.
Bij deze versie trad dit euvel nog vaker op.
Het toestel werd dan ook al snel terug verwezen naar de tweede lijn of ingezet als trainer.

Versies.

Brewster XF2A-1:
het prototype
Brewster F2A-1:
De eerste productie-versie voor de US Navy met een Wright R-1820-34 Cyclone motor en twee mitrailleurs in de vleugel. 11 stuks gebouwd.
Brewster F2A-2:
43 stuks voor US Navy en Marines uitgerust met een Wright R-1820-40 Cyclone en vier mitrailleurs.
Brewster F2A-3:
108 stuks van een verbeterde F2A-2 voor de US Navy met een groter bereik en voorzieningen onder de vleugel voor twee bommen.
Brewster XF2A-4:
een aangepaste test-versie van de F2A-3.
Brewster B-239:
Export versie van de F2A-1 voor Finland met een Wright R-1820-G5 Cyclone motor en vier mitrailleurs, 44 gebouwd.
Brewster B-339B:
Export-versie voor België, 40 stuks gebouwd, twee stuks afgeleverd. De rest ging naar de FAA.
Brewster B-339C:
24 stuks van een export-versie voor Nederlands-Indië met een Wright GR-1820-G-105 Cyclone motor.
Brewster B-339D:
48 stuks van een export-versie voor Nederlands-Indië uitgerust met een 1200 pk (894.8 kW) Wright R-1820-G-205A Cyclone motor.
Brewster B-339E:
170 stuks als Buffalo Mk. I van een export-versie van de F-2A-2 voor de Royal Air Force met een Wright GR-1820-G-105 Cyclone motor (ook gebruikt door RAAF en RNZAF)
Brewster B-339-23:
Ook wel aangeduid als B-439. Een Export-versie van de F-2A-3 voor Nederlands-Indië met een 1200 pk (894.8 kW) Wright GR-1820-G205A motor; 20 stuks gebouwd, 17 stuks gingen naar RAAF en sommigen naar de USAAF)

 

Technische gegevens Brewster B-339C/D
Afmetingen:
Lengte: 7,92 m Spanwijdte: 10,67 m
Hoogte: 3,66 m Vleugeloppervlak: 19,42 m2
Gewichten:
Leeggewicht: 2076 kg Max. startgewicht: 3125 kg
Prestaties:
Max. snelheid: 494 km/u Stijgsnelheid: 4700 voet/min (ca 1500 m/min)
Vliegbereik: 1553 km Plafond: ca 10.000 m
Overig:
Motortype:

Eén Wright Cyclone GR-1820-G105A van 1100 pk (B-339C)

Eén Wright Cyclone G-205A van 1200 pk (B-339D)

Bemanning: Eén vlieger
Bewapening: Twee 12.7 mm mitrailleurs plus twee 7.7 mm mitrailleurs

 

Technische gegevens Brewster B-339-23
Afmetingen:
Lengte: 8,03 m Spanwijdte: 10,7 m
Hoogte: 3,68 m Vleugeloppervlak: 19,42 m2
Gewichten:
Leeggewicht: 2146 kg Max. startgewicht: 3.247 kg
Prestaties:
Max. snelheid:  ca 424 km/u Stijgsnelheid:  3100 voet/min (945 m/min)
Vliegbereik: 1553 km Plafond:  ca 10.000 m
Overig:
Motortype:

Eén Wright Cyclone R-1820-G5B van 1000 pk

Bemanning: Eén vlieger
Bewapening: Vier 12.7 mm mitrailleurs