Historie en Versies
Zie North American B-25 Mitchell.
Aanschaf door Netherlands Purchasing Commitee.
In verband met de modernisering en versterking werd de aanschaf van 162 middelzware bommenwerpers voorgesteld om de verouderde Glenn Martin 139 en 166 te vervangen.
Aan het begin van de oorlog was de B-25 nog niet zo gewild, zodat deze toen gemakkelijker kon worden verkregen. Het ML-contract voor de levering van 162 NA-90 B-25C-5’s werd op 30 juni 1941 getekend.
Het geplande afleverschema was als volgt: November 1942 25 stuks December 1942 50 stuks Januari 1943 80 stuks Februari 1943 7 stuks
De productie en aflevering waren gepland na de afwerking van het toen lopende USAAF-contract. Medio augustus 1941 werd op aandringen van de ML een vervroegde leverantie overeengekomen volgens het onderstaande afleverschema:
Maart tot en met september 1942 6 stuks per maand Totaal 42 stuks Oktober en november 1942 18 stuks per maand Totaal 36 stuks December 1942 en januari 1943 36 stuks per maand Totaal 72 stuks Februari 1943 12 stuks per maand Totaal 12 stuks
De USAAF stond dus, in verband met de precaire toestand in Nederlands-Indië uit het eigen contract toestellen af aan de ML, die later uit het ML-contract weer zouden worden teruggenomen. Voor de afleveringsvluchten waren twee routes, namelijk naar India via Afrika en via Hawaï naar Brisbane.
Op MarsEtHistoria kan uitgebreide informatie worden gevonden over de beginperiode van de Indische Mitchells.
Detachement te Bangalore (Brits Indië).
Omdat werd gemeld dat via de Afrika-route 20 B-25C's onderweg naar India zouden zijn, gingen begin maart 1942 acht crews vanuit Java naar Bangalore te India: de ploeg stond onder leiding van Wittert van Hoogland en bestond uit zes vliegers, zeven boordmonteurs en zes boordtelegrafisten.
Op 8 maart arriveerde de eerste van acht verzonden Mitchells en op 9 maart waren er vijf toestellen aanwezig, een zesde toestel was onderweg (in Afrika) verongelukt en twee andere kisten waren onderweg te Palm Beach beschadigd.
Alle toestellen waren voorzien van de toen moderne en geheime Norden-bommenrichtapparatuur. De B-25's werden voorzien van een herkenningsletter volgens RAF-voorschrift.(zie bijgaande tabel)
Ml-registratie | RAF-letter | US-fisc. Year-number |
N5-139 | R | 41-12507 |
N5-143 | K | 41-12445 |
N5-144 | C | 41-12495 |
N5-145 | B | 41-12509 |
N5-148 | M | 41-12508 |
Omdat het om een nieuw concept qua vliegtuig (onder andere neuswiel) ging, rezen er problemen ten aanzien van gereedschap en onderdelen, maar gelukkig kon veel bruikbaar materiaal worden overgenomen van de KLM en werden veel oefenvluchten gevlogen.
Na een demonstratievlucht op 24 maart 1942 met de Britse Air Marshal Sir Peirse (commandant RAF te Brits Indië) kreeg deze het idee om de B-25's in te zetten voor fotoverkenning.
Begin april kwam er bevestiging vanuit Londen om een PRU (Photo Reconnaissance Unit) ten behoeve van de RAF te India te vormen.
Tussen 18 april en 10 mei vertrokken de B-25's naar Karachi, waar ze werden omgebouwd voor camerawerk. Op 3 juli vertrok het Indische detachement per schip naar Fremantle, omdat ze in India niet nodig waren.
De B-25's werden samen met drie Lockheed 212's die ontsnapt waren uit Nederlands-Indië, aan de RAF overgedragen en toegewezen aan het No. 684 Photographic Reconnaissance Squadron in India.
Twee van de B-25-toestellen kregen RAF-registraties MA956 and MA957, de overige drie behielden hun originele ML-registraties N5-144, 145 en 148.
Detachement te Australië.
In Australië was aanwezig de groep Boot, bestaande uit 18 vliegers; 7 telegrafisten en 14 monteurs onder leiding van kapitein Boot.
Op 2 maart 1942 arriveerde te Archerfield bij Brisbane het eerste exemplaar van de eerste deelzending van 18 B-25C's van een zending van in totaal 60 stuks.
De eerste 12 B-25's in Australië hadden NEI-nummers en oranje driehoeken, volgens fotomateriaal waren de registraties van deze toestellen N5-120 tot en met N5-131; de B-25’s, die via Brits-Indië zouden komen, zouden de N5-139 tot en met N5-148 zijn.
De tweede deelzending van 24 toestellen arriveerde in maart en april 1942 en ging in z'n geheel naar de USAAF conform een overeenkomst, waarbij er van de nog te leveren 54 B-25's er 18 toestellen naar NEI en 36 stuks, samen met de zes al afgeleverde toestellen, naar de Amerikaanse eenheden zouden gaan.
Op 1 april waren in Australië vijf toestellen van het type B-25C aanwezig, te weten N5-132; N5-134, N5-136, N5-151 en N5-161.
Deze hadden slechts één .303 mitrailleur in neus en twee .50 mitrailleurs in de beide koepels en voerden tevens oranje driehoeken, die al snel werden overgeschilderd met de vlag.
Met moeite werden deze vijf B-25’s voor de ML behouden en waren er in juni nog steeds slechts vijf toestellen; de overige dertien werden voorlopig niet geleverd.
In de loop van Juni 1942 kwam de N5-146 erbij. Deze had bij aankomst te Australië een defect neuswiel, dat eerst gerepareerd moest worden.
Op 4 juni kwam het verzoek om mee te werken aan de opsporing van een Japanse onderzeeër en op 5 juni kwamen twee B-25's van het 18e squadron in actie; de N5-151 bombardeert een Japanse onderzeeër, die daarop zinkt.
In de loop van Juli 1942 werd een omnummering van de toestellen doorgevoerd, waarschijnlijk omdat men, door de deelleveringen het overzicht geheel kwijt was. (zie bijgaande tabel)
Oude registratie | Nieuwe registratie | US-registratie |
---|---|---|
N5-132 | N5-122 | 41-12437 |
N5-134 | N5-123 | 41-12464 |
N5-136 | N5-124 | 41-12439 |
N5-151 | N5-125 | 41-12482 |
N5-161 | N5-126 | 41-12501 |
N5-146 | N5-127 | 41-12494 |
Tussen 20-8 en 21-9 vond derde deellevering plaats van de N5-128 tot en met N5-145, een mix van 11 C's en 7 D's. De zes reeds aanwezige toestellen (N5-122 tot en met N5-127) gingen volgens afspraak naar de Amerikanen terug.
De nieuwe toestellen verschilden ten opzichte van de eerste zes toestellen in onder andere .50 inch mitrailleurs in de neus in plaats van .303 inch mitrailleurs en verbeterde geschutskoepels.
De (nieuwe) B-25C's konden extra vleugeltanks (onder de vleugel) meenemen; de geleverde B-25D's konden dit niet.
Grote teleurstelling was de Estoppey D-8, een vrij primitieve, inaccurate bommenrichtapparatuur, in plaats van de geavanceerde Norden D-7-apparatuur, zoals die in de ingeleverde zes toestellen zat.
De actieradius zonder externe tanks was voor de B-25C/D 400 mijl; de actieradius met deze externe tanks was 600 mijl meer.
De N5-131 werd najaar 1942 als proef uitgerust met een kleine bombbaytank van 300 gallon; de bomlading was dan 6 x 100 lbs of 3 x 500 lbs. De proef was succesvol, zodat in november/december 1942 de 300 gallon-tank werd ingebouwd.
In onderstaande tabel staat een en ander op een rijtje ter verduidelijking:
Vliegbereik = 2 x actieradius vliegbereik Type Normaal 800 mijl C en D Normaal + bombbay-tank (300 gallon) 1400 mijl C en D Normaal + bombbay-tank + vleugeltank 2000 mijl C
Tot eind 1942 volgde verder aanvulling met B-25C-10’s en B-25C-15’s. In de praktijk waren er veel problemen met de Bendix-geschutskoepel, die meestal werd verwijderd. Ook werden doorgaans de ontijzingsbalgen van de vleugels en staart verwijderd, daar deze in de (sub)tropische omstandigheden waaronder werd geopereerd, niet nodig waren.
Medio juli 1943 werd de verouderde Estoppey D-8 bommenrichtapparatuur vervangen door de moderne Sperry bommenrichtapparatuur.
Vanaf september 1943 werden acht B-25D-20's door nieuwe piloten van de RNMFS overgevlogen.
Deze toestellen worden door O.G. Ward aangeduid als D-gemodificeerd. Afgaand op fotomateriaal hadden deze zijbewapening in de romp en een staartopstelling met één mitrailleur. De zijbewapening leek sterk op die van de latere B-25H en -J, met het verschil dat de zijopstellingen niet in langsrichting verschoven waren, maar recht tegenover elkaar waren geplaatst, in verband met de opstelling van de rugkoepel.
Bij de -H en -J was de rugkoepel vlak achter de cockpit geplaatst, daardoor ontstond midscheeps meer ruimte voor de zijopstellingen.
Wat de staartopstelling betreft, was dit ook een voorloper van de opstelling, zoals later toegepast bij de B-25H en de B-25J, maar minder uitgebouwd en met slechts één mitrailleur.
Tussen januari en april 1944 arriveerden nog eens 50 B-25D's. Op pagina 21 van 'Squadrons ...' staat een rij B-25D's. Dit waren de laatste B-25's, die door vliegers van RNMFS werden overgevlogen (o.a. N5-193; voorzien van Gremlin-embleem met oranje driehoek).
Deze toestellen waren ook voorzien van de twee single gunpacks tegen de romp. Deze toestellen waren niet allemaal nodig en het ‘overschot’ van circa 20 stuks werd overgedragen aan RAAF: onder andere N5-183 werd A-47-1; N5-187 werd A47-2; etcetera.
In Mei 1943 werd de eerste B-25J-1 afgeleverd: de J-versie had twee .50 inch neusmitrailleurs; twee x .50 mitrailleur in de staartopstelling en twee .50 mitrailleurs in de rugkoepel, die verder naar voren was geplaatst en een twin pack van twee .50 mitrailleurs aan weerszijden van de romp.
Voor wie het allemaal uitgebreid na wil lezen, verwijs ik naar de boeken van O.G. Ward en G.J. Tornij, waarin een uitgebreide registratie- en typelijst is te vinden.
Nauwelijks was de oorlog afgelopen, of de Nederlandse B-25's waren weer in gevecht gewikkeld – nu tegen Indonesische rebellen die onafhankelijkheid van Nederland nastreefden. Door het 18e squadron werden gevechtsacties gevlogen met B-25's, zowel uitgerust met observatie- als met 'strafer'-neuzen.
In de naoorlogse periode werd door verschillende andere Nederlandse eenheden in de Oost met B-25's gevlogen. 16 squadron werd in november 1946 opgericht met 9 B-25J's. Het opereerde vanuit Palembang totdat het in augustus 1948 samengevoegd werd met 18 squadron.
Een conversieschool gebruikte twaalf B-25's vanaf Biak van midden 1946 tot augustus 1948, om zowel voormalige krijgsgevangenen als nieuwe piloten uit Nederland te trainen. Medio 1946 werd een aantal B-25J’s omgebouwd tot strafers.
Rond die tijd was bij de meeste toestellen de bewapening en dan met name de geschutskoepels verwijderd, mede vanwege het gebrek aan reserve-onderdelen. Dit gebrek aan onderdelen werd mede veroorzaakt door het deviezentekort van Nederland en Nederlands-Indië.
Hierdoor mocht per 1 april 1949 met de SB-25 en de B-25 slechts 15 uur per maand worden gevlogen.
De Indonesische Republiek werd op 27 december 1949 formeel uitgeroepen en ‘t 18e Squadron werd medio juni 1950 opgeheven.
Tussen 1945 en 1950 waren 20 toestellen afgeschreven, zodat er in juni 1950 nog 41 kisten aan de AURI (Angkatan Udara Republik Indonesia) konden worden overgedragen.
B-25 Strafers ML-KNIL.
Het concept van ‘skip-bombing’ bestond uit het laag aanvliegen en de bommen droppen, die dan als het ware tegen het doel aan stuiterden.
Nadeel van deze methode was het hevige afweervuur van het doel, waartegen de B-25 toen nog weinig tegen in kon brengen. Er ontstond dus behoefte aan een zwaardere voorwaartse bewapening.
B-25C met serienummer 41-12437 werd gebruikt voor testdoeleinden. Omdat bij een bomaanval op lage hoogte (op schepen) de bomrichter niet meer nodig was, kon hier een pakket van vier vaste 0.50-inch mitrailleurs worden geplaatst.
Deze staken door een metalen plaat, die het vlakke glaspaneel van de bomrichter verving. Verder werden vier extra vaste 0.50-inch mitrailleurs geïnstalleerd in externe blisters aan weerszijden van de romp, terwijl ter bescherming tegen het mondingsvuur een metalen plaat tegen de romp werd bevestigd.
Naar aanleiding van een verkenningsvlucht met B-25C N5-133 op 30 maart 1943, waarbij onder meer een luchtgevecht met drie Zeke's werd geleverd en het toestel met vrijwel lege tanks arriveerde, schreef Commandant Fiedeldij een brief over de gebrekkige bewapening en de te lange afstand van de opdrachten.
Hij refereerde onder andere aan een Amerikaans rapport om ten behoeve van het uitvoeren van masthoogte-aanvallen de frontale bewapening versterken, de bodemgeschutskoepel weg te halen ten behoeve van een 300 gallon-tank (afwerpbaar) en een draaibare mitrailleur in de staart en een bom-afwerpmechanisme ten behoeve van de vliegers in de cockpit (nu alleen door waarnemer/bommenrichter in de neus).
Op 7 mei 1943 werd toestemming gegeven om zwaardere bewapening bij vijf machines aan te laten brengen. De N5-129; N5-137; N5-141; N5-143 en N5-145 werden voorzien van vier .50 mitrailleurs in de neus plus twee maal twee .50 mitrailleurs in 'single pack'blisters tegen de romp (onder de cockpit). De bodemgeschutskoepel werd bij deze toestellen verwijderd.
De overige toestellen kregen alleen 2 x 2 .50 mitrailleurs in 'single pack'blisters aan weerszijden tegen de romp (onder de cockpit). Er kwam géén afwerpmechanisme in de cockpit. Na wat aanpassingen werden meer toestellen omgebouwd.
Eind februari 1943 werden te Eagle Farms te Australië, 12 strafers afgeleverd aan het 90th Squadron. Het straferconcept was zo succesvol, dat medio september 1943, 175 B-25C's en D's waren geconverteerd door het depot te Townsville in Australië, waaronder de vijf Nederlands-Indische toestellen. Deze straferversies behaalden een score van 43 %.
Medio 1946 werd een aantal B-25J’s omgebouwd tot strafers. Rond die tijd was bij de meeste toestellen de bewapening en dan met name de geschutskoepels verwijderd, mede vanwege het gebrek aan reserve-onderdelen.
Dit gebrek aan onderdelen werd mede veroorzaakt door het deviezentekort van Nederland en Nederlands-Indië. Hierdoor mocht per 1 April 1949 met de SB-25 en de B-25 slechts 15 uur per maand worden gevlogen.
Pamflettenvluchten.
Voor de pamflettenvluchten werden de N5-180 'ADA' en N5-185 'Lienke' vanaf vier augustus 1944 ter beschikking gesteld. De N5-185 moest eerst ter reparatie voor nieuwe neussectie op 24-08-1944 gereed.
De koepels en de zijbewapening werden verwijderd, alleen de neus- en staartmitrailleurs bleven zitten. De ontstane openingen werden afgedicht met speciale aluminium platen.
Binnen in de staart kwam een houten frame ten behoeve van een 184 gallon brandstoftank en verder kwamen er drieëntwintig vier-gallon brandstofblikken aan boord. In de bombbay kwamen twee tanks.
De onderzijde werd grondig gereinigd van teer, olie en stof en met behulp van paint remover kaal gemaakt. De toestellen werden vervolgens geheel gepoetst.
Verder werden er voor de goede herkenbaarheid als Nederlandse toestellen grote vlaggen op de onderzijde van de vleugel en op de romp aangebracht. Voor de eerste vlucht werd op neus de bestemming en de route geschilderd.
De eerste vlucht vond plaats op 23 september 1944 naar Batavia met de N5-180 (42-3454) en om 0.05 uur (24-09-1944) de N5-185 naar Bandoeng. De N5-180 werd na één vlucht buiten dienst gesteld.
De N5-185 maakte op 28-01-1945 en 30-1-1945 nog pamflettenvluchten naar Soerabaja, Madioen respectievelijk Tjilililatan.
Transportkisten.
PEP: Op 1 september 1943 vond de oprichting van de NEI Aircraft and Personnell Pool (NEI-APP), Personell and Equipment Pool (PEP) plaats, ten behoeve van de personeels- en materieelvoorziening van het 18e en het 120e squadron. Deze eenheid vormde dus een soort reserve van materieel o.a. P-40's en B-25's en ook van personeel.
NEITS: De taak van NEITS was de bevoorrading van 18eEn 19e squadron. In januari 1944 werd de NEI Transport Section Melbourne opgericht met als uitrusting Lodestars en gestripte B-25's.
De N5-128; N5-129; N5-134; N5-142 en N5-143 waren al als TB-25 bij 18e squadron in gebruik en gingen medio september 1943 naar het nr. 2 NEITS.
De Sectie Melbourne kreeg medio september 1944 status van squadron gekregen: No 1 NEI Transport Squadron. De Sectie Brisbane werd No.2 NEI Transport Squadron met als uitrusting 3 x Lodestar en 5 x TB-25's. Op 7 november 1944 werd beiden samengevoegd tot No 1
NEITS. Op 1 november 1946 werd te Tjililitan 20e squadron opgericht. Het squadron had toen als uitrusting 11 TB-25's.
Tot de uitrusting behoorden onder meer N5-131; N5-138; N5-146; N5-149; N5-142; N5-160; N5-164; N5-173; N5-223; N5-237; N5-239; N5-240; N5-248; N5-250 en N5-261. Toen mei 1948 de C-47's arriveerden, werden de nog in gebruik zijnde TB-25’s afgestoten.
Op 15 augustus 1945 ging de nr. 1 NEITS op in het toen opgerichte 19e squadron. De sterkte van het 19e squadron bestond aanvankelijk uit de TB-25D's N5-188; N5-208 en de N5-209 plus een aantal C-47's.
Medio oktober 1945 kwamen zeventien C-47's aan, waarvan er tien in dienst werden genomen. De oude TB-25's werden toen waarschijnlijk buiten dienst gesteld. Bij de opheffing van het 19e squadron op 1 april 1948 ging het materieel over naar het 20e squadron.
Op 1 februari 1946 volgde de oprichting van de VTG = Vliegtuig Transport Groep. Hierin werden opgenomen het 19e squadron en de transportvliegtuigen van 18e squadron en onderdelen van de MLD. De VTG was in feite het uitvoerend orgaan van de NIGAT (Netherlands Indies Government Air Transport).
Vanaf 15 augustus 1946 werd een 'civiele' call-sign aan nr 1 NEITS toegewezen. Bijvoorbeeld de N5-129 -> VH-RDC in 12" hoog op kielvlak in wit op donkere achtergrond respectievelijk in zwart op bare metal (lichte) achtergrond. (Zie pagina 185 van Camouflage en Kentekens).
RAPWI (= Recovery of Allied Prisoners of War and Internees), opgericht in opdracht van Mountbatten medio januari 1945. Het doel was de verzorging van de geallieerde krijgsgevangenen en burger-geïnterneerden die waren bevrijd uit de kampen.
De RAPWI-vliegdienst had in uiteenlopende vliegtuigtypen in gebruik: twee Japanse DC-3’s; 10 Soren tweemotorige transportkisten en circa vijftien eenmotorige Japanse trainingsvliegtuigen en tweedekkers en tevens een drietal TB-25's, onder andere N5-129.
Het voordeel van het gebruik van de Japanse toestellen was dat nu de nog in soms ruime mate aanwezige Japanse brandstofvoorraden konden worden opgebruikt.
PVA. (PhotoVerkenningAfdeeling).
Tijdens de oorlog werd reeds begonnen met fotoverkenning bij het 18e squadron In een B-25 werd een ‘camera-bay’ geïnstalleerd bestaande uit een ‘cardanische’ opgehangen camera boven een luik in de romp.
Verder een driftmeter met een intervalometer om de opnamecyclus in te kunnen stellen. Verder werden twee opklapbare zijruiten voor het maken van ‘overboord’-foto’s gemaakt. De opnamen werden vanuit de zijramen of uit de blisters gemaakt.
Een mooie foto hiervan staat op pagina 141 in ‘Van Glenn Martins en Mustangs’ van Hugo Hooftman en op pagina 18, 40 en 43 van het boek van Gerben Tornij.
Hiermee werd veel ervaring opgedaan en op 10 november 1945 kon in Batavia het kantoor Fotodienst worden opgezet. Later werd op 1 juni 1946, na de reorganisatie van de ML onder andere een Fotosectie te Andir opgericht, echter zonder vliegtuigen en fotomateriaal.
Pas later in 1946 konden twee B-25’s in Australië worden opgehaald. Deze toestellen waren daar verbouwd tot FB-25 fotoverkenner.
De FB-25's waren voorzien van verticale Fairchild K17 camera’s met vier soorten lenzen en Fairchild K-20 handcamera’s. Op 1 januari 1947 werd officieel de PVA opgericht met als voornaamste opdrachtgever de topografische dienst en de ML. Eind 1947 beschikte de PVA over vijf FB-25’s, twee Mustangs en vijf Piper Cubs.
De FB-25 voldeed goed tot hoogten van 1000 voet. Hoger was het moeilijk om goede opnamen te maken. Op 1 maart 1950 viel het doek voor de PVA.
Royal Netherlands Military Flying School te Jackson.
De eerste B-25 operationele trainingsfase zou in februari 1943 beginnen en tegen eind november 1942 werden dan ook tien B-25C's afgeleverd aan de RNMFS om de conversie van de instructeurs aan te kunnen vangen.
De eerste B-25's kwamen - bij puur toeval - uit de oorspronkelijke bestelling van 162 voor de ML van het KNIL, die door de USAAF was overgenomen, na de capitulatie van Nederlands-Indië.
Bij aankomst van deze vliegtuigen, bleek dat de machines niet de vereiste bedrading hadden voor het Sperry-bombsight zodat ze terug moesten naar de N.A. fabriek nabij Kansas City, voor een modificatie. Het eerste toestel vergde één week werk, hetgeen te lang werd geacht door de RNMFS, zodat de rest in eigen beheer op Jackson werd gemodificeerd, maar medio april 1943 waren er nog slechts vier gereed met een Sperry-uitrusting.
Nogmaals tien B-25's werden aangevraagd, waarvoor vijf B-25's type D en vijf B-25's type C werden geleverd in april en mei 1943. Deze hadden de Sperry-bombsights reeds ingebouwd, waardoor de operationele training goed op gang kon komen.
In oktober 1943 werden nogmaals tien B-25's gevraagd om het programma op tijd te kunnen afwerken, aangezien door de noodzakelijke technische inspecties en onderhoud niet voldoende vliegtuigen in bedrijf konden worden gehouden.
Deze aangevraagde vliegtuigen werden, omdat de tijd drong, niet via een officiële Lend-Lease aanvraag verkregen, maar werden op een leenbasis via het AAFFTC in gebruik gegeven. Het waren B-25's type G, bewapend met een 75 mm kanon in de neus. Deze bleven, in tegenstelling tot de eerste twintig B-25's die Nederlands eigendom waren en dus de rood-wit-blauwe nationaliteitstekens op de romp en vleugels voerden, eigendom van de USAAF.
Eén B-25D en een B-25G gingen verloren bij de RNMFS en bij het sluiten van de school werden de overgebleven toestellen als 'Reverse Lend-Lease' teruggegeven aan de USAAF.
Bij de teruggave van de B-25's rezen wat problemen met de financiële afwerking van de lening, aangezien er geen officiële afspraak was gemaakt over de voorwaarden waarop deze was geschied, maar veel werk werd er niet van gemaakt om dit uit te zoeken.
Het boek ‘The Royal Netherlands Military Flying School 1942 – 1944’ van O.G. Ward, P.C. Boer en G.J. Casius biedt een uitgebreid overzicht van het wel en wee van de RNMFS.
Na-oorlogse acties.
Nauwelijks was de oorlog afgelopen, of de Nederlandse B-25's waren weer in gevecht gewikkeld – nu tegen Indonesische rebellen die onafhankelijkheid van Nederland nastreefden. Door het 18e squadron werden gevechtsacties gevlogen met B-25's, zowel uitgerust met observatie- als met 'strafer'-neuzen.
In de naoorlogse periode werd door verschillende andere Nederlandse eenheden in de Oost met B-25's gevlogen. 16 squadron werd in november 1946 opgericht met 9 B-25J's. Het opereerde vanuit Palembang totdat het in augustus 1948 samengevoegd werd met 18 squadron.
Een conversieschool gebruikte twaalf B-25's vanaf Biak van midden 1946 tot augustus 1948, om zowel voormalige krijgsgevangenen als nieuwe piloten uit Nederland te trainen. Medio 1946 werd een aantal B-25J’s omgebouwd tot strafers.
Rond die tijd was bij de meeste toestellen de bewapening en dan met name de geschutskoepels verwijderd, mede vanwege het gebrek aan reserve-onderdelen. Dit gebrek aan onderdelen werd mede veroorzaakt door het deviezentekort van Nederland en Nederlands-Indië.
Hierdoor mocht per 1 april 1949 met de SB-25 en de B-25 slechts 15 uur per maand worden gevlogen.
De Indonesische Republiek werd op 27 december 1949 formeel uitgeroepen en ‘t 18e Squadron werd medio juni 1950 opgeheven.
Tussen 1945 en 1950 waren 20 toestellen afgeschreven, zodat er in juni 1950 nog 41 kisten aan de AURI (Angkatan Udara Republik Indonesia) konden worden overgedragen.
De B-25J Mitchell van de SKHV.

[Ingesloten foto van BeeldBank NIMH. Klik op de foto voor bestel-informatie]

[Ingesloten foto van BeeldBank NIMH. Klik op de foto voor bestel-informatie]






[Ingesloten foto van BeeldBank NIMH. Klik op de foto voor bestel-informatie]

[Ingesloten foto van BeeldBank NIMH. Klik op de foto voor bestel-informatie]

[Ingesloten foto van BeeldBank NIMH. Klik op de foto voor bestel-informatie]
De toestellen die in maart 1942 in India en Australië werden afgeleverd, voerden nog de oranje driehoek als nationaliteitskenmerk. Voor zover bekend zijn hier geen foto's van, behalve fabrieksfoto's met onder andere de N5-126 tussen een aantal B-25C's van andere nationaliteiten.
De oranje driehoeken werden al snel overgeschilderd met de vlag.
De eerste B-25C's hadden registraties op de vleugelvoorrand en op de romp en voerden geen US-registraties op staart. Medio augustus 1942 werd dit afgeschaft. (de eerste zes B-25’s in Australië hadden deze vorm van registratie).
Vanaf augustus 1942 werden de registraties achter het nationaliteits-kenmerk op de romp gevoerd. Het Amerikaanse Fiscal Year-nummer stond in geel op de staart.
Met ingang van Mei 1943 volgde weer een wijziging en werd op nieuw geleverde B-25's de registratie in kleine witte letters net achter de cockpit gevoerd en soms ook in hetzelfde formaat op staart. (zie foto pagina 177 in Camouflage en Kentekens). De registraties achter de vlag kwamen daarbij te vervallen. De overige, nog in dienst zijnde toestellen werden pas na groot onderhoud zo uitgevoerd.
Vanaf Mei 1944 werden de registraties groot op neus en op staart in een wit gesjabloneerd, gebroken (Amerikaans) lettertype ingevoerd op nieuwe toestellen en op de overige toestellen pas na groot onderhoud.
Op gestripte toestellen, voornamelijk de transportkisten, op dezelfde manier echter in zwart.
Na de capitulatie van Japan werden er vanaf september 1945 op alle gecamoufleerde toestellen een witte rand om de vlag aangebracht.
Op 25 augustus 1947 werd besloten om de registraties op verticale staartvlakken in 2 typen te voeren: in type I à 250 mm hoog en in type II à 460 mm hoog. De fabrieksletter en 'het functienummer’ werd in type I (N5 bij B25's) uitgevoerd en het volgnummer in type II.
Toepassing van dit systeem volgde in geval van de B-25's per medio oktober 1947 en werd uitgevoerd in wit op een donkere ondergrond en in zwart op een lichte (blank metalen) ondergrond.
Eind 1947-begin 1948 werd de vlag weer vervangen door de rozet in zes posities en een klein vlaggetje op de staart.
Vanaf januari volgde een algehele herziening van het registratiesysteem en werden de registraties gewijzigd in M-nummers, waarbij N5 werd veranderd in M en het volgnummer werd verhoogd met 200.
Voor een uitgebreid overzicht van elk toestel met typenummer, registratie’s, etcetera verwijs ik naar het boek van Gerben Tornij.
Registratie
Registratie
| 2e Registratie
2e Registratie
| US Fiscal Year nr.
US Fiscal Year nr.
| RAAF Registratie
RAAF Registratie
| Constr. nr.
Constr. nr.
| Datum in dienst
Datum in dienst
| Datum uit dienst
Datum uit dienst
| Opmerkingen
Opmerkingen
| ||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
North American NA-82C B-25C | |||||||||
N5-132 | N5-122 | 41-12437 | 02-03-1942 | 07-12-1942 | Na juli 1942 N5-122 | ||||
N5-134 | N5-123 | 41-12464 | 12-04-1942 | 03-09-1942 | Na juli 1942 N5-123 | ||||
N5-136 | N5-124 | 41-12439 | 12-04-1942 | 03-09-1942 | Na juli 1942 N5-124 | ||||
N5-151 | N5-125 | 41-12482 | 12-04-1942 | 03-09-1942 | Na juli 1942 N5-125 | ||||
N5-161 | N5-126 | 41-12501 | 12-04-1942 | 03-09-1942 | Na juli 1942 N5-126 | ||||
N5-146 | N5-127 | 41-12494 | 30-06-1942 | 03-09-1942 | Na juli 1942 N5-127 | ||||
N5-128 | 41-12935 | 82-5570 | 20-08-1942 | 21-01-1947 | "Donald Duck" 07-1943 omgebouwd tot strafer; 09-1944 Omgebouwd tot transportkist; Call-sign VH-RDA, later VH-RDX Crash tijdens start van Biak; Afgeschreven. |
||||
N5-129 | M-329 | 41-12916 | 82-5551 | 24-08-1942 | 05-1950 | 09-1943 omgebouwd tot strafer; 09-1944 omgebouwd tot transport; Call-sign VH-RDB; later VH-RDC 09-1945 RAPWI Naar AURIS |
|||
N5-130 | 41-12914 | 82-5549 | 23-08-1942 | 30-07-1945 | 07-1943 omgebouwd tot strafer; Crash tijdens landing te Cressy op 30-07-1945; 14-08-1945 gesloopt |
||||
N5-131 | M-331 | 41-12936 | 82-5571 | 25-08-1942 | 01-03-1948 | "Pulk"; "Elza" 10-1945: RAPWI 03-1948 afgeschreven |
|||
N5-132 | 41-12919 | 82-5554 | 27-08-1942 | 5-2-1943 | Crash tijden start van McDonald, Australië, 5-2-1943 | ||||
N5-134 | M-334 | 41-12885 | 82-5520 | 31-08-1942 | 05-1950 | 09-1943 omgebouwd voor transport; Call-sign VH-RDC Naar AURIS |
|||
N5-135 | 41-12912 | 82-5547 | 02-09-1942 | 28-04-1943 | Neergeschoten Dobo, Aroe eilanden op 28-4-1943 | ||||
N5-136 | 41-12933 | 82-5568 | 04-09-1942 | 07-10-1943 | Neergeschoten bij Waingpapu, Soemba op 7-10-1943 | ||||
N5-138 | M-338 | 41-12934 | 82-5569 | 08-09-1942 | 05-1950 | 07-1944: omgebouwd tot transportkist Naar AURIS |
|||
N5-139 | 41-12913 | 82-5548 | 09-09-1942 | 31-01-1943 | Noodlanding in moerassen bij Tree Point; 14-02-1943 afgeschreven |
||||
N5-145 | 41-12798 | 82-5433 | 17-09-1942 | 18-10-1943 | Medio 1943: "The Flying Dutchman"; 05-1943: ombouw tot strafer; Crash tijdens downwin-landing op Batchelor; afgeschreven |
||||
North American NA-87D B-25D | |||||||||
N5-133 | 41-29724 | 87-7889 | 29-08-1942 | 02-04-1943 | Noodlanding bij Mellville Island. 2-4-1943 | ||||
N5-137 | 41-29735 | 87-7900 | 06-09-1942 | 04-01-1944 | 06-1943 omgeboud tot strafer; In 1943 "Aircab II" Neergeschoten bij Tenau, Timor. |
||||
N5-140 | 42-29723 | 87-7888 | 14-09-1942 | 05-04-1943 | Ditched in Darwin-zee | ||||
N5-141 | 41-29725 | 87-7890 | 22-09-1942 | 07-11-1943 | 07-1943 ombouw tot strafer; Crash tijdens landing op Mascot |
||||
N5-142 | M-342 | 41-29716 | 87-7881 | 28-09-1942 | 05-1950 | 07-1943: ombouw tot strafer; 02-1944 ombouw tot transportkist; Call-0sign VH-RDD; Naar AURIS |
|||
N5-143 | 41-29722 | 87-7887 | 28-09-1942 | 1946 | 06-1943: ombouw tot strafer; Eind 1943 omgebouwd voor transport na schade tijdens start op 12-10-1943; In 1946 afgeschreven |
||||
N5-144 | 41-29717 | 87-7882 | 28-09-1942 | 18-2-1943 | Neergeschoten bij Dilli, Timor | ||||
North American NA-94C10 B-25C-10 | |||||||||
N5-148 | M-348 | 42-32338 | 94-12746 | 03-04-1943 | 05-1950 | 1945: ombouw tot transportkist; 1947, naar PVA; Naar AURIS |
|||
N5-150 | 42-32337 | 94-12745 | 06-04-1943 | 2-06-1943 | 1943: "Pearl Diver": Neergeschoten Lautern |
||||
N5-153 | 42-32339 | 94-12747 | 04-05-1943 | 09-09-1943 | "René"; Crashlanding op Batchelor; 02-1944 gesloopt |
||||
North American NA-93C15 B-25C-15 | |||||||||
N5-146 | M-346 | 42-32512 | 93-12620 | 01-04-1943 | 05-1950 | 1943: "Lienke" 02-1944 ombouw voor transport; 11-1945: RAPWI; Naar AURIS |
|||
N5-147 | _ | 42-32484 | 93-12592 | 01-04-1943 | 21-05-1943 | Neergeschoten Saumlaki. | |||
N5-149 | M-349 | 42-32511 | 93-12619 | 03-04-1943 | 05-1950 | 1943: "De 2 C's" en "Sarinah"; 1944: omgebouwd tot transportkist; 10-1946 naar PVA; Naar AURIS. |
|||
N5-151 | M-351 | 42-32485 | 93-12593 | 06-04-1943 | 05-1950 | 1944: omgebouwd voor tranport; 11-1945: RAPWI; 1947 naar PVA; Naar AURIS |
|||
N5-152 | 42-32483 | 93-12591 | 12-04-1943 | 22-05-1943 | 1943; "Tangerine"; Crash bij start vanaf Batchelor |
||||
North American NA-87D20 B-25D-20 | |||||||||
N5-154 | M-354 | 41-30584 | 87-8749 | 25-09-1943 | 05-1950 | 1944: "De Strietser" 1948 naar PVA; Naar AURIS |
|||
N5-155 | 41-30586 | 87-8751 | 28-09-1943 | 28-09-1944 | Crash bij landing op Bankstown; gesloopt ten behoeve reservedelen. | ||||
N5-156 | 41-30587 | 87-8752 | 24-09-1943 | 21-10-1943 | Crash bij Strauss Airstrip, Darwin | ||||
N5-157 | 41-30588 | 87-8753 | 23-09-1943 | 08-08-1944 | Buiklanding en 18-9-1944 gesloopt. | ||||
N5-158 | M-358 | 41-30589 | 87-8754 | 28-09-1943 | 05-1950 | 04-1944: omgebouwd voor tranportdoeleinden; 1945: RAPWI; 07-1946: Vlucht met Gen. Spoor naar Nederland; 08-1946 retourvlucht; Naar AURIS |
|||
N5-159 | 41-30681 | 87-8747 | 24-09-1943 | 21-11-1943 | Neergeschoten Teberfane, Aroe-eilanden | ||||
N5-160 | M-360 | 41-30713 | 87-8878 | 28-09-1943 | 06-1950 | 03-1943: omgebouwd voor tranportdoeleinden; 1948: VIP-toestel voor Gen. Spoor; Naar AURIS |
|||
N5-161 | 41-30816 | 87-8981 | 24-09-1943 | 09-01-1943 | 1943: "Missippi Dream"; landingsongeval Drysdale River Mission |
||||
North American NA-84D10 B-25D-10 | |||||||||
N5-169 | 41-30321 | 87-9486 | 31-01-1944 | 25-08-1944 | Vermisd na actie bij Larat, Tanimbar eilanden. | ||||
North American NA-84D15 B-25D-15 | |||||||||
N5-167 | 41-30414 | 87-9579 | 27-01-1944 | 19-12-1944 | Beschadigd bij explosie; 26-01-1945: gesloopt | ||||
N5-168 | 41-30416 | A47-35 | 87-9581 | 27-01-1944 | 28-08-1944 | Naar 2 sq. RAAF | |||
North American NA-100D25 B-25D-25 | |||||||||
N5-162 | 42-87349 | 100-23342 | 10-01-1944 | 23-06-1944 | Neergeschoten Saumlaki 26-6-1944 | ||||
N5-163 | M-363 | 42-87350 | 100-23343 | 11-01-1944 | 01-10-1948 | 1945: omgebouwd tot transportkist; 12-1948 afgeschreven. |
|||
N5-164 | M-364 | 42-87305 | 100-23298 | 08-04-1944 | 05-1950 | 1945: omgebouwd tot tranportkist; 1949: naar PVA; Naar AURIS |
|||
N5-165 | M-365 | 42-87595 | 100-23588 | 04-02-1944 | 05-1950 | 03-1945: gebruikt als trainer; 1947 naar PVA; Naar AURIS |
|||
N5-166 | M-366 | 42-87398 | 100-23391 | 27-01-1944 | 05-1950 | 1944: "Beth" 1945: ombouw tot transportkist; 1949: naar PVA; Naar AURIS |
|||
N5-170 | M-370 | 42-87254 | 100-20747 | 25-02-1944 | 1946 | 08-1945: gebruikt als operationeel trainer. | |||
N5-171 | 42-87255 | A47-36 | 100-20748 | 25-02-1944 | 28-08-1944 | Naar 2 sq RAAF 28-8-1944. | |||
N5-172 | M-372 | 42-87256 | 100-20749 | 10-02-1944 | 05-1950 | 1944: "Myra"; 1946: omgebouwd tot transportkist; 1948 Naar PVA; Naar AURIS |
|||
N5-173 | M-373 | 42-87257 | 100-20750 | 24-02-1944 | 05-1950 | 07-1945: gebruikt als operationeel trainer; 1949: naar PVA; Naar AURIS |
|||
N5-174 | 42-87258 | A47-37 | 100-20751 | 13-02-1944 | 28-08-1944 | Naar 2 squadron, RAAF | |||
N5-175 | 42-87259 | A47-33 | 100-20752 | 24-02-1944 | 09-08-1944 | Naar 2 squadron RAAF | |||
N5-176 | 42-87313 | 100-20806 | 13-02-1944 | 30-05-1944 | Crash in zee bij Grose Island tijdens trainingsvlucht | ||||
N5-177 | 42-87311 | 100-20804 | 10-02-1944 | 18-05-1944 | 1944: "Old Dutch Cleanser"; neergeschoten bij Saumlaki |
||||
N5-178 | M-378 | 42-87312 | 100-20805 | 24-02-1944 | 06-1950 | 1944: "Aileen", later "Joyce"; 03-1945: gebruikt als operationeel trainer; 12-1948: naar PVA naar AURIS |
|||
N5-179 | 42-87307 | 100-20800 | 12-02-1944 | 06-03-1944 | Neergeschoten bij Toeal, Kei eilanden | ||||
N5-180 | 42-87416 | 100-20814 ? | 02-1944 | 1945 | 1944: "ADA"; 08-1944: omgebouwd voor propagandavluchten. 1945: afgevoerd |
||||
N5-182 | 42-87597 | 100-23650 | 18-02-1944 | 29-03-1944 | Crash bij Swan Hill; Afgeschreven 31-7-1944 |
||||
N5-183 | 42-87607 | A47-1 | 100-23600 | 24-02-1944 | 24-04-1944 | Naar 2 squadron RAAF | |||
North American NA-100D30 B-25D-30 | |||||||||
N5-181 | 43-3423 ?? | A47-3 | 100-23649 | 30-03-1944 | 24-04-1944 | Naar 2 squadron RAAF. | |||
N5-184 | M-384 | 43-3282 | 100-23608 | 15-02-1944 | 01-10-1948 | Afgeschreven 10-1948 (TB-25). | |||
N5-185 | M-385 | 43-3421 | 100-23747 | 10-02-1944 | 1945 | 08-1944: omgebouwd voor propagandavluchten; 1944: "Lienke" Propagandavluchten: 24-09-1944: Potshot-Java-Potshot; 28-01-1945: idem; 30-01-1945: fotovlucht: Potshot-Java-Broome; Na 09-1945 crash in zee. |
|||
N5-186 | 42-87608 | A47-34 | 100-23601 | 14-02-1944 | 09-08-1944 | 1944: "Dominggoe 5"; Naar RAAF. |
|||
N5-187 | 43-3422 | A47-2 | 100-23748 | 24-02-1944 | 27-04-1944 | Tussen 14-12-1943 en 17-01-1944: RNMFS Jackson; toen overgevlogen; Op 24-02-1944: Als N5-187 naar PEP Naar RAAF. |
|||
N5-188 | M-388 | 42-87260 | 100-20753 | 26-02-1944 | 16-05-1948 | 1944: "Blondie", later "Pistol Packing Mama" 1945: omgebouwd tot transportkist; Verbrand na Noodlanding op strand bij Tokyo en afdgeschreven. |
|||
N5-189 | 43-3424 | A47-4 | 100-23750 | 27-03-1944 | 22-04-1944 | 26-3-1943: RNMFS; 27-03-1944: PEP te Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-191 | 43-3425 | 100-23751 | 28-02-1944 | 26-11-1943: RNMFS, Jackson; 27-02-1944: Crash tussen Californië en Hawaii tijdens ferryvlucht |
|||||
N5-192 | 43-3426 | A47-5 | 100-23752 | 27-03-1944 | 22-04-1944 | 25-11-1943: RNMFS, Jackson; 02-1944: "Palembang I" PEP, Canberra: 27-03-1944; Naar RAAF. |
|||
N5-193 | 43-3427 | A47-6 | 100-23753 | 30-03-1944 | 22-04-1944 | 26-11-1943: RNMFS, Jackson; 30-03-1944: PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-194 | 43-3607 | A47-7 | 100-23933 | 30-03-1944 | 22-04-1944 | 09-01-1944: RNMFS, Jackson 30-03-1944: PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-195 | 43-3613 | A47-8 | 100-23939 | 30-03-1944 | 22-04-1944 | 13-01-1944: RNMFS, Jackson; 30-03-1944: PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
North American NA-100D35 B-25D-35 | |||||||||
N5-190 | 43-3830 | A47-22 | 100-24156 | 29-04-1944 | 12-06-1944 | Naar RAAF. | |||
N5-196 | 43-3621 | A47-9 | 100-23947 | 30-03-1944 | 22-04-1944 | 10-01-1944: RNMFS, Jackson; 30-03-1944: PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-197 | 43-3623 | A47-10 | 100-23949 | 30-03-1944 | 25-04-1944 | 10-01-1944: RNMFS, Jackson; 30-03-1944: PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-198 | 43-3624 | A47-11 | 100-23950 | 30-03-1944 | 27-04-1944 | 15-01-1944: RNMFS, Jackson; 02-1944: "Gatjah" 30-03-1944: PEP, Canberra; Naar RAAF |
|||
N5-199 | 43-3225 | A47-12 | 100-23951 | 30-03-1944 | 27-04-1944 | 15-01-1944: RNMFS, Jackson; 02-1944: "Toezoee" 30-03-1944: PEP, Canberra; Naar RAAF |
|||
N5-200 | 43-3626 | A47-13 | 100-23952 | 30-03-1944 | 27-04-1944 | 14-01-1944: RNMFS, Jackson; 30-03-1944: PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-201 | 43-3766 | A47-14 | 100-24092 | 30-03-1944 | 25-04-1944 | 03-02-1944: RNMFS, Jackson; 30-03-1944: PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-202 | 43-3767 | A47-15 | 100-24093 | 13-04-1944 | 24-04-1944 | 09-02-1944: RNMFS, Jackson 13-04-1944: PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-203 | 43-3768 | A47-16 | 100-24094 | 13-04-1944 | 25-04-1944 | 08-02-1944: RNMFS, Jackson; 02-1944: "Kalidjati" 13-04-1944: PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-204 | 43-3769 | A47-17 | 100-24095 | 13-04-1944 | 22-04-1944 | 09-02-1944: RNMFS, Jackson; 13-04-1944: PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-205 | 43-3770 | A47-18 | 100-24096 | 13-04-1944 | 26-04-1944 | 09-02-1944: RNMFS, Jackson; 13-04-1944: PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-206 | 43-3790 | A47-19 | 100-24116 | 14-04-1944 | 22-04-1944 | PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-207 | 43-3791 | A47-20 | 100-24117 | 13-04-1944 | 22-04-1944 | PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-208 | M-408 | 42-3833 | 100-24159 | 14-04-1944 | 05-1950 | 06-1945: ombouw transportkist (?) 1948: naar PVa Naar AURIS. |
|||
N5-209 | M-409 | 43-3835 | 100-24161 | 14-04-1944 | 14-05-1949 | 06-1945: omgebouwdd tot transportkist; 1948: naar PVA; Naar 18 squadron; Crash Kroja; afgeschreven. |
|||
210 | 43-3834 | 100-24160 | 25-04-1944 | 18-08-1944 | Neergeschoten Langgoer, Kei eilanden. | ||||
N5-211 | 43-3836 | 100-24162 | 10-05-1944 | 08-01-1945 | Crash bij start te Batchelor; Afgeschreven op 15-1-1945 |
||||
N5-212 | 43-3823 | A47-23 | 100-24149 | 10-05-1944 | 09-06-1944 | PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-213 | 43-3789 | A47-21 | 100-24115 | 29-04-1944 | 09-06-1944 | PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-214 | 43-3868 ? | 100-24194 | 01-05-1944 | 01-09-1944 | Neergeschoten bij Langgoer; Afgeschreven 1-9-1944 |
||||
N5-215 | 43-3869 | A47-25 | 100-24195 | 11-05-1944 | 09-06-1944 | PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-216 | 43-3867 | A47-24 | 100-24193 | 11-05-1944 | 10-06-1944 | PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
North American NA-108J1 B-25J-1 | |||||||||
N5-218 | M-418 | 43-27692 | 108-34705 | 22-05-1944 | 05-1950 | 1944: "Grace"; 1949: omgebouwd to strafer; Naar AURIS |
|||
N5-219 | 43-27691 | A47-27 | 108-34704 | 09-06-1944 | 09-06-1944 | PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-220 | M-420 | 43-27689 | A47-26 | 108-34702 | 09-06-1944 | 09-06-1944 | PEP, Canberra; Naar RAAF. |
||
N5-221 | M-421 | 43-27688 | 108-34701 | 05-06-1944 | 05-1950 | 1944: "Japie" 1949: ombouw tot strafer; naar AURIS. |
|||
N5-222 | 43-27690? | 108-34703 | 21-06-1944 | 15-09-1944 | Neergeschoten bij Langoer, Kei eilanden. | ||||
North American NA-108J5 B-25J-5 | |||||||||
N5-217 | 43-27925 | 108-34938 | 19-05-1944 | 10-2-1945 | Buiklanding op Fall Field; Gesloopt. |
||||
N5-223 | M-423 | 43-27926 | 108-34939 | 29-06-1944 | 05-1950 | 1948: ombouw tot strafer; Naar AURIS. |
|||
N5-224 | 43-27927 | A47-28 | 108-34940 | 11-07-1944 | 11-07-1944 | PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-225 | 43-27928 | A47-29 | 108-34941 | 11-07-1944 | 12-07-1944 | PEP; Naar RAAF. |
|||
N5-226 | M-426 | 43-27929 | 108-34942 | 06-08-1944 | 05-1950 | 1949: ombouw tot strafer naar AURIS. |
|||
North American NA-108J10 B-25J-10 | |||||||||
N5-227 | 43-28181 | A47-32 | 108-35194 | 31-07-1944 | 05-08-1944 | PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-228 | M-428 | 43-28182 | 108-35195 | 01-08-1944 | 05-1950 | 1949: ombouw tot strafer; naar AURIS. |
|||
N5-229 | 43-28185 | A47-30 | 108-35198 | 27-07-1944 | 27-07-1944 | PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-230 | 43-28184 | 108-35197 | 27-07-1944 | 04-08-1946 | Neergeschoten bij Kali-Banteng, Semarang | ||||
N5-231 | 43-28183 | A47-31 | 108-35196 | 27-07-1944 | 27-07-1944 | PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
North American NA-108J15 B-25J-15 | |||||||||
N5-232 | 44-29021 | A47-38 | 108-32296 | 13-07-1944 | 13-09-1944 | PEP, Canberra; Naar RAAF. |
|||
N5-233 | M-433 | 44-29022 | 108-32297 | 15-09-1944 | 05-1950 | 1949: ombouw tot strafer; Naar AURIS |
|||
N5-234 | M-434 | 44-29023 | 108-32298 | 19-09-1944 | 05-1950 | 1949: ombouw tot strafer Naar AURIS. |
|||
N5-235 | 44-29024 | A47-39 | 108-32299 | 18-09-1944 | 18-09-1944 | PEP, Canberra; naar RAAF. |
|||
N5-236 | 44-29029 | 108-32304 | 19-09-1944 | 29-03-1945 | Crash op Merauke; | ||||
N5-237 | M-437 | 44-29030 | 108-32305 | 19-09-1944 | 05-1950 | 1948: ombouw tot strafer; Naar AURIS. |
|||
N5-238 | 44-29031 | 108-32306 | 25-09-1944 | 02-07-1946 | Vernield te Pakan Baroe, Sumatra. | ||||
N5-239 | M-439 | 44-29032 | 108-32307 | 19-09-1944 | 05-1950 | Ombouw tot strafer; Naar AURIS |
|||
N5-240 | M-440 | 44-29033 | 108-32308 | 25-09-1945 | 05-1950 | 1948: ombouw tot strafer; Naar AURIS. |
|||
N5-241 | 44-29034 | 108-32309 | 21-09-1944 | 14-11-1944 | Crash tijdens landing te Canberra en afgeschreven. | ||||
North American NA-108J20 B-25J-20 | |||||||||
N5-242 | M-442 | 44-29260 | 108-32535 | 25-11-1944 | 05-1950 | Naar AURIS. | |||
N5-243 | M-443 | 44-29261 | 108-32536 | 12-12-1944 | 05-1950 | Naar AURIS. | |||
N5-244 | M-444 | 44-29262 | 108-32537 | 25-11-1944 | 05-1950 | 1945: "Snooper"; 1949: omgebouwd tot transportkist; Naar AURIS. |
|||
N5-245 | M-445 | 44-29263 | 108-32538 | 14-12-1944 | 17-09-1947 | Noodlanding na bomexplosie te Andir. | |||
N5-246 | M-446 | 44-26514 | 108-32789 | 10-12-1944 | 05-1950 | Naar AURIS. | |||
N5-247 | M-447 | 44-29515 | 108-32790 | 28-11-1944 | 05-1950 | 1949: omgebouwd tot transportkist Naar AURIS. |
|||
N5-248 | M-448 | 44-29516 | 108-32791 | 31-12-1944 | 05-1950 | 1949: omgebouwd tot transportkist Naar AURIS. |
|||
N5-249 | M-449 | 44-29517 | 108-32792 | 03-12-1944 | 05-1950 | Naar AURIS | |||
North American NA-108J25 B-25J-25 | |||||||||
N5-250 | M-450 | 44-30504 | 108-32779 | 27-03-1945 | 05-1950 | 1949: omgebouwd tot transportkist; Naar AURIS. |
|||
N5-251 | M-451 | 44-30506 | 108-32781 | 27-03-1945 | 05-1950 | Naar AURIS. | |||
N5-252 | M-452 | 44-30507 | 108-32782 | 27-03-1945 | 21-07-1947 | Neergeschoten Palembang 21-7-1947 | |||
N5-253 | 44-30508 | 108-32783 | 27-03-1945 | 9-06-1945 | Verbrand te Archerfield en afgeschreven. | ||||
N5-254 | 44-30900 | 108-34175 | 19-04-1945 | 21-11-1945 | Afgeschreven na ditchen in zee tussen Broome en Truscott. | ||||
N5-255 | 44-30903 | 108-34178 | 17-01-1945 | 4-09-1945 | Crash te Malino, Celebes | ||||
N5-256 | M-456 | 44-30505 | 108-34180 | 11-05-1945 | 05-1950 | Naar AURIS. | |||
N5-257 | M-457 ? | 44-30391 | 108-33666 | 23-05-1945 | 09-06-1947 | Afgeschreven. | |||
N5-258 | M-458 | 44-30399 | 108-33674 | 30-05-1945 | 05-1950 | Naar AURIS. | |||
N5-266 | M-466 | 44-30902 | 34-34177 | 20-07-1945 | 1946 | Afgeschreven 1946 | |||
North American NA-108J30 B-25J-30 | |||||||||
N5-259 | M-459 | 44-31201 | 108-34476 | 08-06-1945 | 05-1950 | Naar AURIS | |||
N5-260 | M-460 | 44-31202 | 108-34477 | 08-06-1945 | 05-1950 | Naar AURIS. | |||
N5-261 | M-461 | 44-31203 | 108-34478 | 07-06-1945 | 22-12-1949 | Ditch bij Makassar. | |||
N5-262 | 44-31204 | 108-34479 | 10-06-1945 | 1946 | Afgeschreven medio 1946 | ||||
N5-263 | M-463 | 44-31256 | 108-34521 | 12-06-1945 | 02-1947 | 11-1945: RAPWI; 1945: Persoonlijk toestel van Gen. Kengen; Afgeschreven. |
|||
N5-264 | M-464 | 44-31258 | 108-34523 | 18-06-1945 | 05-1950 | Naar AURIS 1970: toegezegd aan Militaire Luchtvaart Museum; Sinds 23-10-1971 tentoongesteld. |
|||
N5-265 | M-465 | 44-31259 | 108-34524 | 25-06-1945 | 15-04-1947 | Ditch in zee bij Ambon-Biak. |
Royal Netherlands Military Flying School te Jackson
Fiscal Year nr.
Fiscal Year nr.
| Constr. nr.
Constr. nr.
| Datum in dienst
Datum in dienst
| Datum uit dienst
Datum uit dienst
| Opmerkingen
Opmerkingen
|
---|---|---|---|---|
North American B-25D-15-NC | ||||
41-30472 | 24-04-1943 | 21-02-1944 | ||
41-30491 | 24-04-1943 | 21-02-1944 | ||
41-30499 | 24-04-1943 | 21-02-1944 | ||
41-30500 | 24-04-1943 | 26-01-1944 | Crash bij Panama City | |
41-30501 | 24-04-1943 | 02-03-1944 | ||
North American B-25C-5-NA | ||||
42-53394 | 19-11-1942 | 24-02-1944 | ||
42-53395 | 24-01-1943 | 07-03-1944 | ||
42-53395 | 19-11-1942 | 06-03-1944 | ||
42-53397 | 19-11-1942 | 07-03-1944 | ||
42-53398 | 05-11-1942 | 21-02-1944 | ||
42-53407 | 26-11-1942 | 21-02-1944 | ||
42-53490 | 10-12-1942 | 21-02-1944 | ||
42-53491 | 10-12-1942 | 09-02-1944 | ||
42-53492 | 13-12-1942 | 08-03-1944 | ||
42-53493 | 11-12-1942 | 08-02-1944 | ||
North American B-25C-25-NA | ||||
42-64781 | 22-05-1943 | 10-03-1944 | ||
42-64782 | 22-05-1943 | 03-03-1944 | ||
42-64783 | 22-05-1943 | 21-02-1944 | ||
42-64784 | 22-05-1943 | 21-02-1944 | ||
42-64785 | 22-05-1943 | 02-03-1944 |
Deze toestellen waren eigendom van de RNMFS en voerden de Nederlandse vlag als kenteken, verder waren de registraties aangebracht zoals gebruikelijk bij de USAF, serienummer (zonder 4) op de staart en de laatste drie cijfers ter hoogte van de cockpit.
Ook zijn er nog tien B-25G's van de US Flying Training Command geleend, deze hielden hun Amerikaanse kentekens, bekend zijn 42-65000; 42-65005; 42-65011; 42-65037; 42-65045; 42-65063; 42-650464 en 42-65102.
Schaal 1/72
De Airfix, Matchbox en de (schaarse) Frog/Novo-modellen hebben vrij veel tekortkomingen en zijn niet aan te raden om een mooi en accuraat B-25 model te bouwen.
Voor de bouw van een 1-72 model van de B-25C/D versie volstaan de modellen van Italeri.
Voor de B-25J versie is medio 2004 een prachtige kit van Hasegawa verschenen. Deze zelfde kit is ook door Revell uitgegeven voorzien van decals voor een ML-KNIL-machine!
Er zijn slechts een klein aantal aanpassingen nodig.
C- en D-versie (Italeri-model)
Voor alle door de ML-KNIL gebruikte C- en D-typen dient het raam vlak achter de cockpit (onderdeel 12) verkleind te worden en afgeronde hoeken te hebben. Verder maakt het raam, afgaande op fotomateriaal, een enigszins bolle indruk. De ramen, onderdelen 21 waren, voor zover ik uit fotomateriaal heb kunnen opmaken, alleen aanwezig op de (eerste) C-modellen.
Ook de lange uitlaten zijn alleen van toepassing op slechts enkele Nederlandse C-modellen, zie B-25C
De ovale ramen (de onderdelen in het raam naast onderdelen 12) zat eveneens alleen op de (eerste) C-versie's
De radome, onderdeel nummer 20, net achter de cockpit, was niet aangebracht op de eerste C-versie's, wel op de latere machines.
De meest ingrijpende aanpassing aan het C/D-model is dat er een knik in de romprug moet worden aangebracht.
Hiertoe moet een V-vormig stuk uitgezaagd worden vanaf het stabilo ter dikte van twee millimeter aflopend tot nul millimeter ter hoogte van de rugkoepel. Verder moet er door deze ingreep nog een aanpassing aan de staartradome worden uitgevoerd. De schuine kant op de romp moet iets minder schuin gemaakt worden; de radome eveneens.
Zie hiervoor de onderstaande schets.
Later werden de toestellen voorzien van een extra vaste .50 inch mitrailleur in de neus, zodat er twee vaste en één beweegbare mitrailleur in de neus zaten. Daar er slechts één vaste mitrailleur in de neus zit, zul je je doos met reservedelen moeten aanspreken of een accessoireset met .50 inch mitrailleurs moeten aanschaffen.
North American B-25D-gemodificeerd:
De B-25D-20 en verder waren uitgerust met zijbewapening in de romp net achter de vleugel, vergelijkbaar met de latere B-25J.Ik heb hiervoor een B-25J van Airfix geplunderd en de zijraampjes vervangen. Uiteraard kan ook een B-25J van Italeri worden gebruikt. Let er hierbij op dat deze recht tegen over elkaar liggen en niet versprongen zoals bij de B-25J.
Verder waren deze toestellen voorzien van een staartopstelling met één .50 mitrailleur. Deze koepel was anders van vorm, boller, dan die van de H- en J-versie's. Zie de schets ter vergelijking. De Italeri PBJ-1D heeft ook een staartkoepel, ik hoopte dat deze bruikbaar zou zijn, want dat zou me een hoop gepruts schelen. Maar helaas was dit niet het geval, want deze is helaas net anders van vorm en open aan de achterzijde.
Wel bruikbaar uit deze kit zijn de beide gunpacks (onderdeel nummer 21 en 22). Zie deze foto voor een goede indruk van zo'n blister. Let wel dat deze anders waren dan de blisters op de eerste "te velde" aangepaste toestellen!
North-American B-25J-versie
De J-versie van het KNIL had in de glazen neus doorgaans twee vaste en één beweegbare mitrailleur. In de Italeri-kit is slecht één vaste mitrailleur aanwezig. Het dus zaak om of de bekende 'scrap'-doos door te spitten of om een accessoireset met .50 mitrailleurs aan te schaffen.
Voor alle modellen geldt dat er behoorlijk wat verzwaring in de neus moet worden aangebracht om te voorkomen dat het model op z'n staart gaat staan. Een, in mijn ogen niet zo mooi alternatief is om de meegeleverde staartsteun te gebruiken.

(Een oude foto van) Een B-25C Mitchell van het ML-KNIL, eveneens gebouwd rond 1983/1984; één van mijn eerste serieus gebouwde modellen.
Tevens heb ik een eerste poging gedaan om verwering toe te passen op een model.
Dit model is inmiddels gedeeltelijk gesloopt om hem bij te werken. De reden, dat ik hem indertijd op een staander heb geplaatst was dat tijdens de bouw het hoofdlandingsgestel is afgebroken.
Decals afkomstig uit de restanten doos; vlaggen zelf geschilderd; Gebruikt model Revell-Itaeleri in schaal 1/72.
Nogmaals de B-25C Mitchell van het ML-KNIL, oorspronkelijk gebouwd rond 1983/1984.
Ik heb besloten mijn eerste Mitchell model te renoveren en hier is een eerste resultaat.
Uit de restantendoos een landingsgestel en propellers gehaald en deze aangepast.
De decals zijn afkomstig van TallyHo.
De gele N5-registratie lijkt mij niet waarschijnlijk. Deze waren normaal gesproken wit, maar ik heb ze toch maar gebruikt.
Een B-25C Mitchell van het ML-KNIL, gebouwd in 2013;
Dit model in schaal 1/72 is afkomstig van Italeri; Decals zijn van TallyHO
Een B-25C Mitchell Strafer van het ML-KNIL, gebouwd in 2014;
Dit model in schaal 1/72 is afkomstig van Italeri. Decals zijn afkomstig van DutchDecal set 72079.
De beide gunpacks zijn scratch-built; de guns zelf zijn afkomstig uit set 72-025 "Gun Barrels" van QuickBoost
Een B-25J Mitchell van het ML-KNIL, gebouwd in 2012;
Dit model in schaal 1/72 is afkomstig van Italeri. De antenne op de neus komt uit een oude Airfix kit van de B-25J.
Het model stond al in mijn kast te pronken, toen ik ontdekte dat er een vaste neusmitrailleur (in de kit) ontbrak (De Mitchell in het Atlantische gebied hadden een extra vaste neusmitrailleur).

De B-25's voerden tijdens de oorlog de standaard USAAF-beschildering van Dark Olive Drab, Shade 41 op alle van bovenaf zichtbare oppervlakken en Neutral Grey Shade 43 op alle van onderaf zichtbare oppervlakken. Men noemde dit schema Shadow Shading. De kleurstabiliteit van het gebruikte Dark Olive Drab was niet denderend en verweerde vrij snel tot allerlei tinten variërend van bruingeel-bruin of ook wel tot zachtgroen of grijs, afhankelijk van de weersomstandigheden.
De propellerbladen waren geheel zwart (Shade 44) met gele (Identification Yellow Shade 48) tips à 10 cm.
Vanaf eind september 1943 werd de codering van het Dark Olive Drab. Shade 43 gewijzigd in Dark Olive Drab, ANA 613 en van het Neutral Gray Shade 41 in Sea Gray, ANA 603. De kleursamenstelling onderging niet of nauwelijks wijzigingen.
De afscheiding tussen beide kleuren varieerde tussen vrij recht en sterk golvend en was afhankelijk van waar en wanneer ‘t gefabriceerd was. Het verdient ook nu weer aanbeveling om foto's te raadplegen van die ene kist die je wilt bouwen.
Een uitzondering was de B25-C N5-145, die geheel zwart zou zijn geweest en als naam "The Flying Dutchman" voerde. Deze zwarte kleur zou zijn aangebracht in verband met nachtvluchten. [Persoonlijk heb ik mijn twijfels of dit daadwerkelijk het geval is geweest. Het recent verschenen deel van Dutch Profile stelt dat géén enkele Mitchell ooit geheel zwart is geschilderd]
Begin 1945 werd gestart bij het PEP met het strippen van de B-25's. Dit werd het eerst gedaan bij de transport-B-25's. Na het strippen werden de toestellen goed gepoetst. Bij de overige toestellen waren ten gevolge van modificaties, reparaties en regulier onderhoud diverse delen in blank metaal en de linnen delen, zoals richtingsroeren in aluminiumdope.
Vanaf 1947 werden de toestellen bij groot onderhoud ontdaan van de camouflage. Nog tot in 1950 vlogen er toestellen rond in camouflage, waarbij vaak bepaalde panelen waren vervangen door ongeschilderde panelen.
Schema | Kleurnaam | FS nummer | Humbrol | XtraColor | Vallejo ModelColor | Vallejo ModelAir | |
---|---|---|---|---|---|---|---|
Standaard #1 (standaard USAF) | Bovenzijde | US Olive Drab 41 | ~4088 | H66 | X111/X112/X113 | ||
Onderzijde | US Neutral Gray 43 | ca ~6173 | Mix: 1*H156 + 1*H34 (H176) | X133/X207 | 70.887 | 70.992 | |
Standaard # 2 (na groot onderhoud) | Overall | Bare metal |
Voor een uitgebreide conversietabel met zeer veel kleur- en verfsystemen, zie www.paint4models.com

Het toestel voert nog de oorspronkelijke registratie.
De bewapening bestaat uit twee .50 inch mitraileurs in elk van de beide koepels en een beweegbare en een vaste .303 inch mitrailleur in de neus.

Dit toestel is reeds voorzien van de nieuwe registratie.



Literatuur.
70 Jaar Marine-LuchtvaartDienst | Nico Geldhof | Pag. 79 - 81 | 1987 | Uitgeverij Eisma b.v., Leeuwarden |
85 JAAR Marineluchtvaartdienst in beeld Van Farman tot NH 90 Helikopter | Peter Korbee | Pag. 80 - 81 | 2002 | Uitgever: Korbee MLD Promotie, Valkenburg |
Aircraft Number 34 B-25 Mitchell in action | Ernest R. McDowell | Pag. 12 - 28; 33 - 42 | 1978 | Uitgever: Squadron/Signal Publications Inc., Carrolton, Texas |
Air Enthusiast 26: Dutch Mitchells in the far east | Geoffrey J. Thomas | Pag. 45 - 53 | 1984 | Uitgever: Pilot Press Ltd., Bromley, Kent |
AVIA: 41e jaargang nummer 12: Luchtvloot van Plastic: De ML-KNIL B-25J Mitchell | Hans Loeber | Pag. 454 - 456 | 1982 | Uitgevers Wyt, Rotterdam |
Cockpit, nummer 9, september 1966 jaargang 7, oktober 1966: Herinneringen aan de B-25. | Hugo Hooftman Hugo Hooftman | Pag. 340 - 345 | 1-10-1966 | COCKPIT-uitgeverij, Bennekom |
Cockpit, nummer 12 1966 jaargang 7, december 1996: Herinneringen aan de B-25 vervolg | Hugo Hooftman | Pag. 480 - 482 | COCKPIT-uitgeverij, Bennekom | |
D-DAY, Het Nederlandse vliegtuigsquadron 320 was erbij | H.J.E. van der Kop | Pag. | 1984 | Uitgever: De Boer Maritiem, Bennekom |
De Nederlandse "Mitchells" De geschiedenis van de B-25 bommenwerper in Nederlandse dienst | G.J. Tornij | Pag. | 1999 | Uitgever: G.J.Tornij, Hilversum |
Dutch Military Aviation 1945-1978 | Paul A. Jackson | Pag. 94; 122; | 1978 | Uitgever: Midland Countries Publications, Leicester |
Luchtvaartwereld; 3e jaargang nummer 3: De vliegtuigen van Jackson | Gerard Casius | Pag. 82 - 92 | 1986 | Uitgeverij Ten Brink, Meppel |
Luchtvaartwereld; 3e jaargang nummer 4: De vliegtuigen van Jackson (2) | Gerard Casius | Pag. | 1986 | Uitgeverij Ten Brink, Meppel |
Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië in beeld Deel 2 | Hugo Hooftman | Pag. 61 - 71; 72 - 82; 84 - 87 | 1981 | Uitgever: Europese Bibliotheek, Zaltbommel |
Modelbouw in Plastic jaargang 7, nummer 3: De MLD Mitchell. | Hendriks, Ad | Pag. 76 - 78 | 1978 | Uitgever: I.P.M.S. Nederland, Nederland |
Modelbouw in Plastic jaargang 15, nummer 4: B-25 Mitchell deel 1: De Mitchell en de MLD | Wim Nijenhuis | Pag. 90 - 97 | 1986 | Uitgever: I.P.M.S. Nederland, Nederland |
Modelbouw in Plastic jaargang 16, nummer 1: De Mitchell bij het ML-KNIL | Wim Nijenhuis | Pag. 2 - 9 | 1987 | Uitgever: I.P.M.S. Nederland, Nederland |
Modelbouw in Plastic jaargang 16, nummer 1: Aanvulling op Mitchell deel 1 | Burgerhout, R.V.P. | Pag. 9 | 1987 | Uitgever: I.P.M.S. Nederland, Nederland |
Modelbouw in Plastic jaargang 16, nummer 2: De Mitchell deel 3 | Wim Nijenhuis | Pag. 31 - 39 | 1987 | Uitgever: I.P.M.S. Nederland, Nederland |
Modelbouw in Plastic jaargang 19, nummer 4: Warbird in Nederland | Wim Nijenhuis | Pag. | 1990 | Uitgever: I.P.M.S. Nederland, Nederland |
Nederlandse Marinevliegtuigen | Thijs Postma & Nico Geldhof | Pag. 36 | 1978 | Uitgever: Omniboek, 's Gravenhage |
Nieuwsbrief nummer 56 - januari 1996: De North American B-25C/D Mitchell II (van de MLD) | Nico Geldhof | Pag. 15 - 22 | 1996 | Uitgever: St. Vrienden v.h. Mil. Luchtv. Museum, Soesterberg |
Squadrons van de Koninklijke Luchtmacht | Willem Helfferich | Pag. 42 | 1983 | Uitgever: Unieboek b.v., Houten |
Squadrons van de Koninklijke Luchtmacht (derde herzien druk) | Willem Helfferich | Pag. 21; 43 | 1994 | Uitgevers Wyt, Rotterdam |
The Royal Netherlands Military Flying School 1942-1944 Bijdrage tot de Geschiedenis van het Zeewezen deel 16 | O.G. Ward & Boer, P.C. | Pag. 93 - 105; 249 - 252 | 1982 | Uitgever: Afdeling Maritieme Historie van Min.v.Def., 's Gravenhage |
Vliegtuigsquadrons 320 en 321 50 jaar | P. Staal & Peter Baeten | Pag. 9 - 35; 49 - 51 | 1990 | Uitgever: Afdeling Maritieme Historie van Min.v.Def., 's Gravenhage |
Zestig jaar Marineluchtvaartdienst in Beeld. | Hugo Hooftman | Pag. 84 - 88 | 1977 | Uitgever: Europese Bibliotheek, Zaltbommel |
Early B-25s MLKNIL | P.C. Boer | 11-2014 |
Websites.
- NA B-25C USAF Museum
- NA B-25D USAF Museum
- NA B-25J USAF Museum
- Joe Baugher's Encyclopedie; NA B-25 Mitchell
- NA B-25C 41-12442
- Artikel van Gerben Tornij
- F. Bonne: B25 Mitchell
- Strijdbewijs.nl: B-25
- Go2War2.nl: North American B-25
- Wkipedia UK: B-25 Mitchell
- www.B25.net
- B-25 Sarinah
- B-25 op MarsEtHitoria
- Artikel P. Boer op CortsStichtingen.nl
- B-25: ADF serials
- No 18 squadron NEI: op wwwindie-1945-1950.nl>
- www.ozatwar.com/raaf
- www.ozatwar.com/ozcrashes
- Blister van B-25D met twee .50 mitrailleurs
- Informatie over PVA op www.hetdepot.com
Met dank aan Akkha Vardhana, Indonesië voor wat correcties van het registratie-overzicht. Verder gaat mijn dank uit naar Yudi Supri die me attendeerde op wat aanpassingen van de eerste B-25s en aan G.J. Tonrij die me van allerlei extra informatie voorzag.