Historie
Net als de MB's tijdens de jaren 1920, zette de Martin B-10 serie begin jaren dertig van de twintigste eeuw de standaard voor landbommenwerpers. Het ontwerp was de eerste succesvolle militaire toepassing van de nieuwe casco-technologie en had een gestroomlijnde monocoque romp, propellers met variabele spoedverstelling, dikke metalen vleugels met lift verhogende kleppen, integrale brandstoftanks en een intrekbaar landingsgestel.
De B-10 werd ontworpen als antwoord op een Air Corps bommenwerper-specificatie van eind 1929. Naast Martin dienden zowel Fokker, Keystone, Douglas, Ford, en Boeing een ontwerp of een prototype in.
Het eerste Martin-voorstel voor een conventionele tweedekker werd door de USAAC Materieel Divisie afgekeurd met een reeks aan suggesties ter verbetering. Martin bouwde in februari 1932 voor eigen rekening een nieuw model de Martin 123 met als krachtbron twee Wright R-1820 Cyclone motoren. Het had een snelheid van 317 km/u ( 197 mph), waarmee het sneller was dan de concurrerende vliegtuigen. Met de aanduiding XB-907, werd het prototype vervolgens getest op Wright Field.
Er bleken trillingen van de motoren op te treden, instabiliteit tijdens de vlucht en de landingssnelheid was te hoog ; deze bleek 146 km/u (91 mph) te zijn, waarop het werd terug gestuurd naar de Martin fabriek met een lijst aan suggesties ter verbetering.
Mede door de gevolgen van de beurscrash van 1929, was het ontwerp was intussen van vitaal belang geworden voor het voortbestaan van de Martin-fabriek. Martin ging dan ook aan de slag met de uitkomsten van de tests.
De Martin 123 kreeg langere vleugels, geïntegreerd met de romp, en krachtiger Cyclone motoren, gemonteerd in de nieuwe gestroomlijnde NACA kappen.
Het landingsgestel werd gewijzigd en een nieuwe neuskoepel werd ontwikkeld.
In oktober 1932 was de XB-907A klaar. Het toestel bleek niet alleen sneller dan de concurrerende Boeing XB-9 en Douglas XB-7, maar was ook net zo snel als de nieuwste jachtvliegtuigen van de USAAC uit die tijd.
In januari 1933 werd een order voor 48 vliegtuigen in de wacht gesleept. De XB-907A, werd nu aangeduid als XB-10 en er diende nog 13 soortgelijke YB-10’s geleverd te worden plus een YB-10A voor het testen van Wright motoren met turbocompressie.
Zeven YB-12's zouden worden gebouwd voor het testen met Pratt & Whitney R-1690 Hornet motoren, gevolgd door 25 gewone B-12A's met dezelfde motoren, maar uitgerust met extra brandstoftanks en drijfkamers en ten slotte nog een experimentele XB-14 met nieuwe Pratt & Whitney R-1830 Twin Wasps.
De YB-10's en YB-12’s werden begin 1934 afgeleverd en werden al snel ingezet voor een ongebruikelijke missie. Alle luchtpostcontracten waren ten gevolge van corruptie, opgezegd en de luchtpost moest nu door het USAAC worden verzorgd.
De grote, snelle toestellen bleken door hun betrouwbaarheid en veiligheid een geschenk uit de hemel.
Na deze successen kon Martin eigenlijk niets anders dan grote vervolgorders te verwachten. Ondanks discussies ontving Martin toch contracten voor 103 vliegtuigen verspreid over boekjaren 1934 en 1935 en in de definitieve B-10B versie met Wright R-1820/33 motoren.
De B-10’s deden dienst in elke bombardementsgroep van het Air Corps. In 1935 voerden ze tests uit van de Norden precisie bomrichtapparatuur.
Het succes stimuleerde de ontwikkeling van grotere, langeafstandsbommenwerpers, die de B-10 zouden vervangen, met name de Boeing B-17 Flying Fortress.
Al in 1936 verloor het Air Corps de interesse in de B-10 als bommenwerper. Een paar werden getest als aanvals- en observatievliegtuig, aangeduid als A-15 en O-45.
Ondanks een aantal geschillen met Martin over het ontwerp en constructiegebreken in de B-10 serie, waren in het voorjaar van 1940 nog 119 van de 151 vliegtuigen in dienst. De meesten werden gebruik als doelsleper en voor opleidingen als B-10M's en B-12AM, hoewel zeventien vliegtuigen op de Filipijnen nog steeds in operationele dienst waren.
In 1936 werd de Martin 139 vrijgegeven voor de export en er werden uiteindelijk 189 vliegtuigen aan het buitenland verkocht.
De Sovjets waren in de zomer van 1936 eersten met de aankoop van een enkel exemplaar en blauwdrukken, gevolgd door Nederland-Indië, China, Siam, Argentinië en Turkije.
De Nederlanders waren de beste klanten met de aanschaf van in totaal 120 vliegtuigen in vier verschillende versies voor de verdediging van Nederlands-Indië.
Buitenlandse orders voor Model 139 hielden de Martin-fabriek bezig tot 1939. Een van de Argentijnse Martins is de enige overlevende van het type en is geheel gerestaureerd in de vooroorlogse Air Corps kleuren te zien in de US Air Force Museum op de Wright-Patterson Air Force Base.
Afmetingen: | |||
Lengte: | 13,6 m | Spanwijdte: | 21,5 m |
Hoogte: | 4,7 m | Vleugeloppervlak: | 63 m2 |
Gewichten: | |||
Gewicht (Leeg): | 4391 kg | Max. start gewicht: | 6680 kg |
Prestaties | |||
Kruissnelheid: | 310 km/u | Max. snelheid: | 343 km/u |
Stijgsnelheid: | 420 m/min | ||
Plafond: | 7380 m | Vliegbereik: | 1996 km |
Overigen: | |||
Motortype: | Twee Wright Cyclone R-1820-F53 van 750 pk | ||
Bemanning: | 3 | ||
Bewapening: | Drie 7.62 mm mitrailleurs; 1000 kg bommen |
Afmetingen: | |||
Lengte: | 13,6 m | Spanwijdte: | 51,5 m |
Hoogte: | 4,7 m | Vleugeloppervlak: | 63 m2 |
Gewichten: | |||
Gewicht (Leeg): | 4391 kg | Max. start gewicht: | 6680 kg |
Kruissnelheid: | 310 km/u | Max. snelheid: | 343 km/u |
Stijgsnelheid | - m/min | ||
Plafond: | 7380 m | Vliegbereik: | 1996 km |
Overigen: | |||
Motortype: | Twee Wright Cyclone R-1820-G3 van 840 pk | ||
Bemanning: | 3 | ||
Bewapening: | Drie 7.62 mm mitrailleur; 1000 kg bommen |
Afmetingen: | |||
Lengte: | 13,6 m | Spanwijdte: | 51,5 m |
Hoogte: | 4,7 m | Vleugeloppervlak: | 63 m2 |
Gewicht (Leeg) | kg | Gewicht (maximum) | kg |
Kruissnelheid: | 310 km/u | Max. snelheid: | 343 km/u |
Stijgsnelheid | - m/min | ||
Plafond: | 7380 m | Vliegbereik: | 1996 km |
Motortype: | Twee Wright Cyclone R-1820G-102 van 900 pk | ||
Bewapening: | Drie 7.62 mm mitrailleurs; 1000 kg bommen |
Halverwege de jaren dertig van de 20e eeuw waren verschillende ideeën in omloop over de opbouw van de defensie en met name van die het relatief jonge luchtwapen. Eén van deze denkbeelden was dat een aanval met bommenwerpers de beste verdediging was.
Het ML-KNIL volgde toen deze theorie en medio 1935 werden een aantal offertes door een aantal vliegtuigfabrikanten aangeboden.
Fokker bood de nog in ontwikkeling zijnde Fokker T.V aan, terwijl de Amerikaanse Martin-fabriek model 139, een variant van de geheel metalen Martin B-10, aanbood. In die tijd was dit toestel sneller dan de toen gebruikte jachtvliegtuigen.
Uiteindelijk werd gekozen voor dit laatste type vliegtuig en in februari 1936 werden 13 stuks Martin 139s als WH-1 besteld om de Fokker C.V te vervangen. [WH stond daarbij voor Wright Holland]
De planning voorzag in eerste instantie in een aantal van 39 toestellen, die in licentie in Nederland zouden worden gebouwd. Door gebrek aan capaciteit en de te laat geachte levering, werd uiteindelijk besloten om de toestellen toch rechtstreeks uit de VS te laten komen. In maart 1937 volgende een vervolgorder voor nog eens 26 stuks van het type WH-2.
Op 2 september 1936 werd de eerste WH-1, de M-501 met constructienummer 656 overgedragen. Half december arriveerde de M-501 en de M-502 in Nederlands-Indië. De M-502 werd medio januari 1937 vanaf Andir ingevlogen. De tweede VliegtuigAfdeling kon al in April 1937 z’n Fokker C.V vervangen door de eerste zes WH-1’s.
De bestelde WH-2 was in een aantal opzichten verbeterd. Ze waren voorzien van krachtiger Wright Cyclone G-3 motoren van elk 875 pk, de Hamilton Standard –propeller met twee standen was vervangen door de Curtiss Electric ‘constant speed’ propeller. Verder was de koeling van de motor verbeterd en meer gestroomlijnd. En was een NSF VR-34B kortegolf radio ingebouwd. En ten slotte was, mede met het oog op de lange vluchten, een automatische piloot ingebouwd.
De snelheid was zo’n 40 km/u hoger, het vliegbereik was met 10% toegenomen en de nuttige lading was 20% groter.
De eerste WH-2, de M-514, constructienummer 717 werd medio december 1937 overgedragen. in oktober 1938 waren alle toestellen afgeleverd, zodat er drie afdelingen van elk 13 bommenwerpers (9 stuks operationeel 2 reserve en 2 in onderhoud, operationeel waren.
De Martin 139 was inmiddels verder ontwikkeld tot de Martin 166, deze was voorzien van één enkele cockpit overkapping, verder was de rompdoorsnede vergroot, zodat meer bommen meegenomen konden worden. Verder was de vleugel voorzien van een lichte pijlstand en waren de motoren vervangen door Wright Cyclone GR-1820-G5 van 1000 pk elk. Onder andere uit commerciële overwegingen werd dit type Glenn Martin 139 WH-3 genoemd.
Eind december 1937 werd een volgend contract getekend voor de levering van 39 Wh-3’s. De acceptatie van het eerste toestel, de M-540, constructienummer 775, vond plaats in mei 1938.
In november van dat jaar werd nog een contract getekend voor de levering van 40 WH-3A’s. Deze waren uitgerust met twee Wright Cyclone R1820-G102 motoren van 1200 pk elk, en verder identiek aan de WH-3.
De overdracht van het eerste toestel van deze levering, de M-579, constructienummer 837 vond plaat in december 1938. In April 1939 werd de derde en laatste bombardementsgroep, VlG-III operationeel te Tjililitan.
Tot eind 1939 waren zeven toestellen door ongevallen verloren gegaan: 2 WH-1, 2 WH-2 en 3 WH-3’s.
Voor de Japanse aanval op Nederlands-Indië waren de volgende eenheden operationeel.
Andir: | 1-VlG-I en 2-VlG-I met elk 9 Wh3/Wh-3A’s plus 2 reserve toestellen |
Singorasi | 1-VlG II met 3 Wh2’s; 9 Wh-3/Wh-3A’s plus twee reservetoestellen |
Tjililitan | 1-VlG II en 3-VlG III met elk 9 Wh3/Wh-3A’s plus 2 reserve toestellen |
Kalidjati | 7eAfdeling met 1 WH-1, 2 WH-3 en 6 WH-3A |
Wh-1-patrouille met 3 Wh-1 plus één reservetoestel |
In totaal waren eind november 1941 dus nog operationeel: 3 stuks WH-1 plus 1 reserve; 13 stuks WH-2 plus 2 reserve; 35 stuks WH-3/WH-3A plus 5 reserve. Niet operationeel inzetbaar door onderhoud of gebruik voor instructie, waren 4 stuks Wh-1; 6 WH-2 en 2 WH-3 en 3 WH-3A.
DUTCH AIR FORCE IN BURMA - 1942; Kallang Airfield, Singapore 1941
De eerste oorlogsacties met de Martins werden rond en boven Borneo uitgevoerd, De Japanners wilde de olievelden daar zo snel mogelijk veroveren. Al gauw bleken de daglichtaanvallen een hachelijke zaak te zijn, maar helaas was door de ML-KNIL niet of nauwelijks geoefend in nachtelijke aanvallen.
Gedurende de drie maanden durende strijd gingen veel toestellen verloren door de oorlogshandelingen. Voor wie zich daar verder in wil verdiepen, zie onder andere Air Enthousiast Quarterly nr. 22 en ‘Luchtstrijd rond Borneo’ van P.C. Boer.
(Via P. Guit) B. Guit vloog samen met vlieger Yland de M-5111. Deze is op 24-1-1942 samen met nog twee andere toestellen op Samarinda II tijdens de landing door Zero's in brand geschoten. Ze waren afkomstig van Singosari (niet singorasi). Op 25 januari 1942 zijn ze met 30 man! in een Lodestar weer naar Java geëvacueerd, omdat er geen kisten genoeg meer waren op Samarinda II.
Eind februari slaagde men erin om met de laatste overgebleven, vliegklare Martin, de M-585 naar Broome, Australië te ontkomen. Dit toestel werd daar overgedragen aan de USAF, die het als B-10 met serienummer 42-68358 in dienst nam.
Van de overige toestellen zijn waarschijnlijk 18 stuks min of meer onbeschadigd in Japanse handen gevallen. Vijftien hiervan waren na reparatie weer in vliegwaardige toestand te krijgen. Een aantal hiervan werd overgedragen aan Thailand, dat in 1937 al 6 Martin 139’s had aangeschaft. Na de oorlog waren er nog een stuk of vijf overgebleven, die nog tot medio 1949 werden gebruikt.

[Ingesloten foto van BeeldBank NIMH. Klik op de foto voor bestel-informatie]
De WH-1’s kregen als registratie M501 t/m M513; De WH-2’s kregen als registratie M514 t/m M539; De Wh-3’s kregen als registratie M540 t/m M578 en de WH-3A’s kregen als registratie M579 t/m M620.
Daar de nummering vanaf M-600 niet correct was, werd deze in augustus 1940 aangepast en gecorrigeerd in M5100 t/m M5120.
Bij het ML-KNIL hanteerde men een bepaalde registratiesysteem, waarbij de letter stond voor de fabrikant en het eerste cijfer voor de aard van het vliegtuig.
De M betekende dus Martin, de ‘5’ betekende bombardementsvliegtuig. De overige cijfers gaven dan het volgnummer aan.
De registratie stond in wit op de rompzijden en werd, zonder M, in zwart op de vleugelvoorrand herhaald.
Opvallend was dat bij de WH-1 en bij de WH-2 dit op de buitenste vleugelhelft, nog buiten de pitotbuizen was aangebracht. Bij de WH-3 en bij de Wh-3A was dit tussen de motoren en het landingslicht aangebracht.
Glenn Martin 139 WH-1
Registratie
Registratie
| Constr. nr.
Constr. nr.
| Datum in dienst
Datum in dienst
| Datum uit dienst
Datum uit dienst
| Opmerkingen
Opmerkingen
|
---|---|---|---|---|
M-501 | 664 | 02-09-1936 | 09-03-1942 | Te Andir in Japanse handen gevallen |
M-502 | 665 | 09-03-1942 | Te Andir in Japanse handen gevallen | |
M-503 | 666 | |||
M-504 | 667 | 09-03-1942 | Te Andir in Japanse handen gevallen | |
M-505 | 668 | |||
M-506 | 669 | |||
M-507 | 670 | 09-03-1942 | Te Andir in Japanse handen gevallen | |
M-508 | 671 | 09-03-1942 | Te Andir in Japanse handen gevallen | |
M-509 | 672 | 09-03-1942 | Te Andir in Japanse handen gevallen | |
M-510 | 673 | 25-01-1942 | Noodlanding op zee bij Biliton | |
M-511 | 674 | 09-03-1942 | Te Andir in Japanse handen gevallen | |
M-512 | 675 | |||
M-513 | 676 | 09-03-1942 | Te Andir in Japanse handen gevallen |
Glenn Martin 139 WH-2
Registratie
Registratie
| Constr. nr.
Constr. nr.
| Datum in dienst
Datum in dienst
| Datum uit dienst
Datum uit dienst
| Opmerkingen
Opmerkingen
|
---|---|---|---|---|
M-514 | 717 | |||
M-515 | 727 | |||
M-516 | 728 | 21-01-1942 | Vernield bij Japans bombardement | |
M-517 | 729 | |||
M-518 | 730 | |||
M-519 | 731 | |||
M-520 | 732 | 05-03-1942 | Zwaar beschadigd bij luchtaanval op Andir en daarna gekannibaliseerd | |
M-521 | 733 | 05-03-1942 | Zwaar beschadigd bij luchtaanval op Andir en daarna gekannibaliseerd | |
M-522 | 734 | |||
M-523 | 735 | 09-03-1942 | Te Andir in Japanse handen gevallen. | |
M-524 | 736 | 24-02-1942 | Afgeschreven na noodlanding met motorstoring | |
M-525 | 737 | |||
M-526 | 738 | |||
M-527 | 739 | |||
M-528 | 740 | |||
M-529 | 741 | |||
M-530 | 742 | |||
M-531 | 743 | 16-02-1942 | Noodlanding (in moerasgebied) na beschieting door luchtdoelgeschut. In 1985 gevonden. Vleugel plus enkele delen naar Militaire Luchtvaart Museum Soesterberg. | |
M-532 | 744 | |||
M-533 | 745 | |||
M-534 | 746 | |||
M-535 | 747 | |||
M-536 | 748 | |||
M-537 | 749 | 09-02-1942 | Neergeschoten bij Tjililitan | |
M-538 | 750 | 09-02-1942 | Neergeschoten bij Tjililitan | |
M-539 | 751 |
Glenn Martin 166 WH-3 en WH-3A
Registratie
Registratie
| 2e Registratie
2e Registratie
| Constr. nr.
Constr. nr.
| Datum in dienst
Datum in dienst
| Datum uit dienst
Datum uit dienst
| Opmerkingen
Opmerkingen
|
---|---|---|---|---|---|
Glenn-Martin 166 WH-3 | |||||
M-540 | 775 | 20-02-1942 | Vernield tijdens Japanse aanval op Kalidjati | ||
M-541 | 776 | ||||
M-542 | 777 | 09-03-1942 | Gedeeltelijk vernield door eigen personeel te Andir. In Japanse handen gevallen. | ||
M-543 | 778 | ||||
M-544 | 779 | 20-02-1942 | Vernield tijdens Japanse aanval op Kalidjati | ||
M-545 | 780 | 24-02-1942 | Vernield bij Japans bombardement Andir | ||
M-546 | 781 | 20-02-1942 | Vernield tijdens Japanse aanval op Kalidjati | ||
M-547 | 782 | 10-01-1942 | Afgeschreven na noodlanding (met oorlogsschade) | ||
M-548 | 783 | ||||
M-549 | 784 | 09-03-1942 | Gedeeltelijk vernield door eigen personeel te Andir. In Japanse handen gevallen. | ||
M-550 | 785 | ||||
M-551 | 786 | 28-12-1941 | Neergeschoten bij Miri | ||
M-552 | 787 | 12-01-1942 | Afgeschreven na nachtelijke noodlanding (met oorlogsschade) | ||
M-553 | 788 | ||||
M-554 | 789 | 05-02-1942 | Verongelukt in de start vanaf Pameumpeuk | ||
M-555 | 790 | 23-12-1941 | Verongelukt | ||
M-556 | 791 | 15-02-1942 | Bij verovering van Singapore in Japanse handen gevallen | ||
M-557 | 792 | ||||
M-558 | 793 | 27-01-1942 | Vernield bij Japanse luchtaanval op Oelin | ||
M-559 | 794 | 24-12-1941 | Verbrand tijdens bombardement Singapore | ||
M-560 | 796 | 20-02-1942 | Vernield tijdens Japanse aanval op Kalidjati | ||
M-561 | 797 | ||||
M-562 | 798 | ||||
M-563 | 799 | ||||
M-564 | 800 | 27-01-1942 | Vernield bij Japanse luchtaanval op Oelin | ||
M-565 | 801 | ||||
M-566 | 802 | ||||
M-567 | 803 | ||||
M-568 | 804 | 03-03-1942 | In brand geschoten tijdens luchtaanval Andir | ||
M-569 | 805 | ||||
M-570 | 806 | ||||
M-571 | 807 | 18-12-1941 | Neergeschoten bij Miri | ||
M-572 | 808 | 19-01-1942 | Noodlanding in Zuid-Malakka na te zijn onderschept | ||
M-573 | 809 | ||||
M-574 | 810 | ||||
M-575 | 811 | ||||
M-576 | 812 | 15-02-1942 | In Japanse handen gevallen bij de verovering van Singapore (stond in reparatie) | ||
M-577 | 813 | ||||
M-578 | 814 | 16-02-1942 | Neergeschoten bij Palembang | ||
Glenn-Martin 166 WH-3A | |||||
M-579 | 837 | 25-01-1942 | Vernield tijdens Japanse aanval op Samarinda II | ||
M-580 | 838 | 20-02-1942 | Vernield tijdens Japanse aanval op Kalidjati | ||
M-581 | 839 | 13-01-1942 | Neergeschoten boven Tarakan | ||
M-582 | 840 | ||||
M-583 | 841 | ||||
M-584 | 842 | ||||
M-585 | 843 | 17-03-1942 | Ontsnapt naar Australië. Overgedragen aan USAAF | ||
M-586 | 844 | 01-01-1942 | Neergeschoten bij Penang | ||
M-587 | 845 | ||||
M-588 | 846 | 20-01-1942 | Door eigen personeel vernield te Manggar | ||
M-589 | 847 | ||||
M-590 | 848 | ||||
M-591 | 849 | ||||
M-592 | 850 | 05-03-1942 | Neergeschoten bij Kalidjati | ||
M-593 | 851 | ||||
M-594 | 852 | ||||
M-595 | 853 | ||||
M-596 | 854 | ||||
M-597 | 855 | 01-01-1942 | Neergeschoten bij Penang | ||
M-598 | 856 | 09-03-1942 | Te Tasikmajala gedeeltelijk vernield door eigen personeel. In Japanse handen gevallen | ||
M-599 | 857 | 26-02-1942 | Neergeschoten bij Banka | ||
M-600 | M-5100 | 858 | |||
M-601 | M-5101 | 859 | |||
M-602 | M-5102 | 860 | 09-03-1942 | Te Tasikmajala gedeeltelijk vernield door eigen personeel. In Japanse handen gevallen | |
M-603 | M-5103 | 861 | 13-01-1942 | Neergeschoten boven Tarakan | |
M-5104 | 862 | ||||
M-5105 | 863 | 09-03-1942 | Te Andir in Japanse handen gevallen. Stond daar ter reparatie. | ||
M-5106 | 864 | ||||
M-5107 | 865 | ||||
M-5108 | 866 | 03-03-1942 | Neergeschoten boven Kalidjati | ||
M-5109 | 867 | ||||
M-5110 | 868 | 24-01-1942 | Tijdens landing op Samarinda II-west in brand geschoten | ||
M-611 | M-5111 | 869 | 24-01-1942 | Tijdens landing op Samarinda II-west in brand geschoten | |
M-612 | M-5112 | 870 | |||
M-613 | M-5113 | 871 | |||
M-614 | M-5114 | 872 | 09-03-1942 | In Japanse handen gevallen te Kalidjati | |
M-615 | M-5115 | 873 | 28-12-1941 | Neergeschoten bij Miri | |
M-616 | M-5116 | 874 | |||
M-617 | M-5117 | 875 | |||
M-618 | M-5118 | 878 | |||
M-619 | M-5119 | 1094 | |||
M-620 | M-5120 | 1095 | 12-01-1942 | Noodlanding in moeras in 't Barisangebergte. |
Schaal 1/72
Bouwpakketen
- William Brothers
- Kit 72-210: een kit van een Martin B.10B
Modelling add-on
- Falcon
- VAX30: Canopies vooor verschillende US vliegtuigen in buitenlandse dienst (T6, Baltimore, Maryland, Hudson, Ventura, B10, Vengeance)
- Aeroclub
- Set E021: Wright Cyclone 1820 F Srs (Curtiss Condor etc)
- Set E025: Wright Cyclone 1820 G Srs (Curtiss SC1, etc)
- Aires
- Set 7092: Wright R1820 Cyclone engine
- Red Roo
- Set 72114: Lockheed Hudson Engines (Wright Cyclone)
Decals
- Superscale
- Set 72-127: Een set decals voor Martin B10 (7BG,Al.FLT,US Mail,9BG,Turkey,KNIL). het opgegeven kleurenschema voor het KNIL-toestel is onjuist.
- Dutch Decal
- Set 72020: decals voor verschillende toestellen zoals WH-1 M507 en M505 (geel-blauwe kleurenschema)
- Set 72043: decals voor verschillende toestellen zoals WH-1 M502 en M514
- Set 72068: decals voor verschillende toestellen zoals Dornier Do-215B ML (LVA - what if); DeHavilland DH-85 LVA, 961; Martin WH-2 M515; Douglas DB-7B, Consolidated PBY-5/A Y38; Y-39 en Y-75; Brewster B-340 (Ml-KNIL - what if), Ryan STM RO65; Fokker D.XXIII ( ter vervanging van de onjuiste driehoeken van de recent uitgegeven RS kit).
- FlevoDecal
- Set 72012: Set met opties voor vijf Brewsters, Curtiss Hawk 75, Curtiss CW-21 en CW-22; Messerschmidt Me-108, Ryan STM, Lockheed 12 en Lodestar, Bücker Bu-131 en Martin WH-1 en WH-2
Schaal 1/48
Bouwpakketten
- --
- Kit --: --
Add-on
- --
- Kit --: --
Decals
- --
- Kit --: --
Eerste schema
Bij de aflevering waren de toestellen van een blauwe romp, Light Blue Shade 23, en gele vleugels en staartvlakken, Yellow Shade 4. Dit schema was toen ook in gebruik bij het USAAC.
De rozetten waren aangebracht in zes posities. Het richtingsroer was in rood-wit-blauw uitgevoerd, maar werd in 1939 overgeschilderd. Het is onwaarschijnlijk dat met dit schema oranje driehoeken zijn gevoerd, in Nederland werden deze in de tweede helft van 1939 ingevoerd.
Tweede schema
Medio 1940 werden de toestellen aan de bovenzijde gecamoufleerd in Jong Blad (een zelf-gemengde kleru, die vrijwel overeen bleek te komen met Medium Green Shade 42) en werd de onderzijde aluminiumkleurig. Tevens werden in plaats van de rozetten de oranje driehoeken als nationaliteitskenmerk in gevoerd; deze waren aangebracht in vier posities, doch niet op de bovenzijde van de vleugels!
Aanvankelijk was het richtingsroer ook oranje gespoten met een zwarte rand, maar dit werd al gauw overgeschilderd. Onduidelijk is of de oranje driehoeken later (zoals bij de MLD) verkleind zijn, foto’s hiervan zijn mij niet bekend.
Derde schema
In de loop van 1941 werd van een aantal Martins de bovenzijde van de vleugel voorzien van een tweekleurige camouflage in ‘oud blad’ en ‘jong blad’ (Olive Drab, shade 41 en Medium Green, shade 42).
In februari 1942 werd op de nog overgebleven toestellen de oranje driehoek vervangen door de rood-wit-blauwe vlag.
Kleurentabel
Schema | Kleurnaam | FS-nummer | ANA | Humbrol | XtraColor | Vallejo Model Color | Vallejo Model Air | |
---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Standaard #1: Afleverschema | Romp | Blue Shade 23 | 15102 | 501 | X152? | |||
Vleugels e.d. | Yellow Shade 4 | 33432 | 506 | 154 | X213 | 70.953 | 71.078 | |
Vanaf 1939L; 'Jong blad" en aluminium onderzijde | ||||||||
Standaard #2 | Bovenzijde | Jong Blad Dark Green Shade 30 / Medium Green Shade 42 / Medium Green ANA 612 |
34092 | 612 | 149 | 70.885 | 71.014 | |
Onderzijde | Aluminium | 191 / 56 | X126 | 70.864 | 71.062 | |||
Vanaf medio 1940: Sommige toestellen kregen later nog een camouflagepatroon aangebracht met "oud blad" | ||||||||
Standaard #3 | Bovenzijde | Oud Blad Olive Drab Shade 41 |
33070 | 613 | 66 | X114 | 70.889 | 71.034 |
Jong Blad Medium Green Shade 42 |
34092 | 612 | 149 | 70.885 | 71.014 | |||
Onderzijde | Aluminium | 191 / 56 | X126 | 70.864 | 71.062 |
Voor een uitgebreide conversietabel met zeer veel kleur- en verfsystemen, zie www.paint4models.com
Martin 139 WH-1
Martin 139 WH-2

Voor dit schema is gebruik gemaakt van het schema dat door Peter C. Boer is samengesteld en gepubliceerd op "Mars et historia" .
Martin 166 WH-3 en Wh-3A

Literatuur.
Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië in beeld. Deel 1 | Hugo Hooftman | Pag. 108 - 114 | 1978 | Uitgever: Europese Bibliotheek, Zaltbommel |
Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië in beeld. Deel 1 | Hugo Hooftman | Pag. 115 - 132 | 1978 | Uitgever: Europese Bibliotheek, Zaltbommel |
Air Enthusiast 22: Batavia's big sticks, the story of the Martin 139 bombers | Gerard Casius | Pag. 1 - 20 | 1983 | Uitgever: Pilot Press Ltd., Bromley, Kent |
AVIA: 42e jaargang nummer 10: Luchtvloot van Plastic: De ML-KNIL Martin bommenwerper | Hans Loeber | Pag. 345 - 347 | 1983 | Uitgevers Wyt, Rotterdam |
Air Enthusiast 22: Batavia's big sticks, the story of the Martin 139 bombers | Gerard Casius | Pag. 1 - 20 | 1983 | Uitgever: Pilot Press Ltd., Bromley, Kent |
40 Jaar luchtvaart in Indië | Gerard Casius & Thijs Postma | Pag. 4; 50; 52; 66 - 67 | 1986 | Uitgeverij De Alk, Alkmaar |
De Luchtstrijd rond Borneo | P.C.Boer | 1987 | Uitg. Van Holkema & Warendorf | |
De Luchtstrijd om Indië | P.C.Boer e.a. | 1990 | Uitg. Van Holkema & Warendorf | |
Squadrons van de Koninklijke Luchtmacht (derde herzien druk) | Willem Helfferich | Pag. 18 - | 1994 | Uitgevers Wyt, Rotterdam |
Websites.
Met dank aan M.T.A. Schep en M. Schönfeld voor het verstrekken van informatie over onder meer de verschillen tussen de verschilende typen.